Pont

Deze informatie over burgemeester Pont is gebaseerd op een tweetal artikelen in de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 30 december 1989 en van 4 mei 1990.

Pont kwam na ingrijpen van hogerhand in 1942 naar Apeldoorn. Al eerder was burgemeester Quarles van Ufford door de nazi's uit zijn ambt gezet. Zijn opvolger was Den Besten. Hij bleek contacten te onderhouden met een joodse relatie, toen een regelrecht schandaal. Hij werd dan ook afgezet. Wethouder Stempher tekende voor het waarnemend burgemeesterschap. Eind 1942 moest hij plaats maken voor Pont.
Pont nam zijn intrek in Huize Wiesel aan de toenmalige Eikenhorstweg 10 in Wenum. Ondanks zijn antisemitisme hielp Pont toch tot twee keer toe joodse kennissen. Tijdens zijn burgemeesterschap deden zich twee grote incidenten voor. Op 5 september 1944 (Dolle Dinsdag) werd het gerucht verspreid dat de geallieerden in aantocht waren; voor NSB-ers het moment om de benen te nemen. Ook in Apeldoorn gingen drie wethouders op de loop. Pont bleef echter op zijn post. Kort daarna ontsloeg hij het trio.
Een paar maanden later volgde het tweede incident. Op 2 december 1944 vond in Apeldoorn voor de tweede keer een grote razzia plaats. Pont had oog voor het wel en wee van het niet-joodse deel van de burgerij en de in Duitsland te werk gestelde Apeldoorners. Hij kreeg lucht van een derde razzia. Toen was ook voor deze NSB-er de maat vol. Hij schreef een brief naar de rijkscommissaris Seyss-Inquart met het verzoek om hem van zijn post te ontheffen. Het kwam echter niet tot ontslag en Pont bleef tot april 1945 burgemeester van Apeldoorn. Na de bevrijding zou hij veroordeeld zijn tot een relatief korte straf van een jaar. Het is onmiskenbaar dat deze burgemeester ondanks zijn inzet voor een deel van de Apeldoornse gemeenschap toch aan de kant van de vijand had gestaan.

lettergrootte: