
Adoptie van de Gedenkstenen in het Kruisjesdal
Parkenschool heeft de zorg voor de gedenkstenen in het Kruisjesdal in Hoog-Soeren. Het monument bestaat uit een kleine gedenksteen en een grotere met daarop de namen van de mensen die op 12 en 13 april 1945, een paar dagen vóór de bevrijding van Apeldoorn, door de Duitsers zijn gefusilleerd. In april 1986 adopteerden de leerlingen van de toenmalige groep 7 van de Parkenschool het monument.
Elk jaar vindt deze symbolische overdracht plaats van de kinderen van groep 8, aan de kinderen van groep 7. Er wordt een waardig en officieel karakter aan deze overdracht gegeven door een kleine plechtigheid bij het monument, die vergezeld gaat van een kranslegging door de leerlingen en het voordragen van gedichten. Een leerling van groep 8 legt samen met een leerling van groep 7 een bos bloemen bij het monument.
Fotoverslag van de herdenking op 18 april 2007
Rob Mulder, webmaster en ouder van de Parkenschool, maakte in 2007 een fotoverslag van de herdenking: "Het was voor mij de laatste keer dat ik als Parkenschool-ouder bij deze herdenking aanwezig ben geweest, ik heb het altijd een indrukwekkende gebeurtenis gevonden. Door deze Kruisjesdal-pagina op de website van de Parkenschool heb ik getracht het monument "een gezicht" te geven in de vorm van geschreven feiten en gepubliceerde foto's...
Ik hoop dat deze herdenking nog in lengte van jaren zal plaatsvinden opdat wij niet zullen vergeten wat hier gebeurd is..."
De muzikale omlijsting van het plechtige geheel begon met het spelen van de "Last Post" gevolgd door 2 minuten stilte
Vervolgens liepen ze om de beurt, twee aan twee, een leerling van groep 7 met een leerling van groep 8, langs het monument om een witte roos neer te leggen
Nabestaanden en genodigden kijken toe hoe de leerlingen langs het monument lopen en de bloemen neerleggen
Nadat onze kinderen de bloemen hadden neergelegd, was het de beurt aan de nabestaanden. Het spits werd afgebeten door de heer IJsselstein Mulder met dochter
Spontaan werd meegezongen, zowel door nabestaanden, genodigden en een groot deel van onze kinderen. Een mooi moment
De Heer IJsselstein Mulder bedankt de leerlingen van de Parkenschool voor de wijze waarop zij ieder jaar de gebeurtenissen van het Kruisjesdal herdenken
Het verhaal van Hans IJsselstein Mulder

(Hans IJsselstein Mulder is de zoon van Reinder Mulder, een van de mannen die in het Kruisjesdal gefusilleerd werd)
Op 12 en 13 april 1945 werden in het Kruisjesdal bij Hoog-Soeren zestien mannen gefusilleerd. Deze oorlogsmisdaad was er een van velen. Bij het verstrijken van de jaren vervaagt de herinnering aan zo'n drama, ook al omdat de nabestaanden steeds geringer in aantal worden. Om dat te vergeten te voorkomen is in de jaren tachtig door het voormalig verzet in samenwerking met een aantal scholen een mooi plan bedacht. Monumenten van oorlog en verzet zouden door de scholen worden geadopteerd. Een adoptie die niet alleen bedoeld was om zo'n monument in ere te houden, maar ook vooral om de strijd voor de vrijheid te gedenken. Want dat is van alle tijden.
De Parkenschool ontfermde zich in 1986 over het gedenkteken bij het Kruisjesdal. Was dat toeval? Of had het iets te maken met de nabijheid van die villa, waar de SD ooit huisde? Dat zijn natuurlijk persoonlijke associaties. Als ik weer in Apeldoorn ben en langs het Oranjepark rijdt, dan flitst zoiets altijd door je hoofd. Ook het verhaal van mijn moeder. In 1942 bezocht ze met haar baby het consultatiebureau en passeerde het park. Daar liep een oude man met een kindje. Mijn moeder zag hoe opeens een WA-er (iemand van de Weerafdeling van de NSB) in zwart uniform de grijsaard met het kind het park uitsloeg, schreeuwend dat het park voor Joden verboden was. Ze vertelde het thuis aan mijn vader. Die zei: "Dan begrijp je waarom ik me tegen de Moffen verzet."
Die anekdote vertel ik elk jaar weer in groep 7 als onderdeel van het verhaal over het Kruisjesdal. Aanvankelijk deed mijn moeder dat als vertegenwoordigster van de nabestaanden, maar ze moest er om gezondheidsredenen mee stoppen. Dat ik haar mocht opvolgen als inleider heb ik als een eer beschouwd. Want wat is er mooier om voor een altijd weer aandachtige klas de herinnering levend te houden en iets van die gedachten over vrijheid en verzet over te brengen. Het valt me elk jaar weer op hoe goed de school een en ander voorbereidt en in een wat algemener kader zet. De drama's van toen hebben immers hun parallellen met het heden.
Even opmerkelijk vind ik altijd weer de interesse van de leerlingen voor het onderwerp. Wanneer ik klaar ben met mijn verhaal is er de gelegenheid tot het stellen van vragen. Overal gaan dan de vingers omhoog. Soms om iets te vertellen over wat opa of oma had verteld of was overkomen, soms ook vragen wat er verder met de oude man in het park gebeurd was en of mijn vader ook een Duitser had neergeschoten. Meester Eddie Toorop had me eens gezegd dat de kinderen vooral interesse hebben voor de huis-tuin-en-keuken-zaken. de gewone dagelijkse dingen brengen inderdaad het verhaal dichterbij, omdat ze navoelbaar en indenkbaar zijn. En zo vertel ik waarom we thuis lange tijd geen witlofsalade meer aten. Omdat juist op de dag van de arrestatie en fusillade van mijn vader zo'n schaal gereed stond voor het middagmaal. We zaten op hem te wachten, maar in plaats van mijn vader stonden er plotseling Duitse soldaten op de stoep. de witlofsalade werd niet meer gegeten. Of ik haal de jodenster bij wijze van spreken naar het heden toe en vertel over pesten. Hoe ik en mijn vriendjes een klasgenoot Stinkie noemden omdat de arme jongen niet fris rook vanwege niet verschoond ondergoed. En hoe mijn meester dat merkte en een hartig woordje met me sprak. Appie werd nooit meer gepest.
Heel indrukwekkend is elk jaar weer de symbolische overdracht. Op het pad naar het gedenkteken staan alle kinderen van groep 7 en 8 samen met enkele nabestaanden. Een trompetter blaast "The Last Post", het Wilhelmus wordt gespeeld en dan lopen de rillingen over je rug, want hoe ontroerend is dit ijle gezang midden in de bossen. Alsof de stilte de klanken nog meer accentueert. Een stilte die opeens nog stiller lijkt wanneer een minuut gezwegen wordt. Behalve door de merels, die er toen in april 1945 ook waren, zoals mijn moeder vertelt. Vogels die in deze lentetijd juist het leven benadrukken. Zoals ook de kinderen, die twee aan twee - een kind uit groep 7 met een kind uit groep 8 - naar het monument lopen om er hun rood-wit-blauwe boeketje in een groene krans te steken. Dan staan ze even stil, sommigen maken een lichte buiging of knikken even met hun hoofd. Ik denk dat het ze zal bijblijven, deze plechtigheid, zoals het mij als kind is bijgebleven: die stoet en de stilte. En wie weet ook de betekenis van dit herdenken.
Hans IJsselstein Mulder


