Barend Bijsterbosch (foto familie Bijsterbosch)

Jacob Harms (foto familie Harms)

BAREND BIJSTERBOSCH EN JACOB HARMS, SPOORWEGARBEIDERS

Op de avond van 21 september 1944 stopte een Duitse motor met zijspan voor een leegstaand huis aan de Polhoutweg. Even later klonken schoten. Kort daarna reed de motor weg. Een onbekende meldde bij het Julianaziekenhuis dat er in het bewuste huis twee mensen waren neergeschoten. Wat heeft zich daar afgespeeld? Pas in de laatste jaren weten we er wat meer van. Het is het verhaal van twee Apeldoornse jongens: Barend Bijsterbosch en Jacob Harms. 

Beiden zijn geboren in 1925. Ze werkten na hun schoolopleiding op station Apeldoorn. Jacob Harms bracht het tot assistent-perronopzichter, Barend Bijsterbosch werkte op de bagageafdeling. Met ondergrondse activiteiten hadden ze niets te maken. Gewone jongens waren het, die hadden gekozen voor gewoon werk en die probeerden hogerop te komen bij de spoorwegen. Dat lukte tot 17 september 1944. 

Na de geallieerde luchtlandingen bij Arnhem in september 1944 kregen alle spoormensen opdracht van de regering in Londen hun werk neer te leggen. De bedoeling was duidelijk: vervoer van Duits materieel en troepen moest zoveel mogelijk belemmerd worden. Veel NS'ers doken onder, maar er waren er ook die gewoon thuis bleven. Ook Jacob en Barend stonden voor die keuze. Ze besloten samen onder te duiken. Barend wist een boer waar ze zich konden verbergen. Maar de moeder van Jacob wilde ze liever dichterbij hebben. Er stond een huis leeg vlakbij het huis van de familie Harms aan de Polhoutweg. En zo gebeurde het. Ze hebben zich een paar dagen in dat huis schuilgehouden. Wat er daarna gebeurde, blijkt uit het verslag van Jan Harms, de jongere broer van Jacob: 

'Het gebeurde om 9 uur 's avonds: Spertijd was van 8 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens.
Het was nog niet geheel donker, toen wij hoorden schieten, en lawaai van motorfietsen.
Toen hoorden we machinegeweren, en we renden naar het eind van onze tuin, en zagen hoe een ambulance in de richting van het huis reed. Ik vroeg aan mijn vader: Kunnen we er naar toe gaan en kijken wat er is gebeurd? Hij zei: We kunnen de weg niet opgaan, dan schieten ze op ons. Daarna werd het stil bij het huis en wij gingen naar binnen. Mijn moeder moest vreselijk huilen, en ik werd naar boven gestuurd, maar toen ik hoorde, dat zij om 6 uur naar het ziekenhuis gingen, heb ik hun gesmeekt of ik alsjeblieft mee mocht naar het ziekenhuis.
Precies om 6 uur die morgen vertrokken we naar het Juliana Ziekenhuis, waar men ons vertelde, dat toen Jaap aankwam in het ziekenhuis, hij nog leefde en toen ze hem vroegen waar hij woonde zei hij: 'Pol, Pol, Pol ..' en toen 'ik ben zo moe'  toen is hij overleden.
De staf van het ziekenhuis is de deuren langsgegaan in de Apollolaan, maar uiteraard zonder succes. Later op de dag bracht men Jaap naar huis. Ik (Jan) was 17 en Jaap was net 19 geworden'. 

Die morgen verscheen een politieman bij de familie Bijsterbosch. De moeder moest mee voor identificatie, want de vader was niet thuis. Omdat die ook bij de NS werkte was hij ondergedoken. 

De families kregen geen toelichting, geen verklaring. De ware toedracht is nooit aan het licht gekomen. Het is waarschijnlijk dat de jongens zijn verraden. Hun keuze om onder te duiken was een gedwongen keuze. Het tragische is, dat er waarschijnlijk niets gebeurd was, als ze gewoon thuis waren gebleven.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.