1946-1947

1946 ----- 24 januari donderdag.

VAN HOUTUM. De loco-burgemeester maakt in een rede bekend dat er al 25 huwelijken van Apeldoornse meisjes met Canadezen zijn gesloten. Men is sinds enige tijd bezig met het opblazen van munitie in de bossen om Hoog Soeren. Hieronder behoren 300 opslagbunkers. De explosies zijn dan ook veel zwaarder dan voorheen. Wij horen iedere keer een lange echo tegen de bosrand. Het dorp Hoog Soeren protesteert al tegen de vele vernielde ruiten. Men gebruikt voor dit werk meest ongeschoold personeel voornamelijk van de Heide Maatschappij. Dit heeft nog niet zo'n gemopper veroorzaakt als de inzet van Duitsers als politieagenten. moffen moeten het verkeer op de Amersfoortseweg tegenhouden wanneer een ontploffing zal volgen. Het feit dat deze moffen zonder bewaking de macht hebben het verkeer te regelen is verregaand. Laten de Duitsers levensgevaarlijk werk doen. Bijvoorbeeld munitie opruimen en bovengenoemde arbeiders van de Heide Maatschappij het verkeer regelen.

1946 ----- 25 januari vrijdag.

VAN HOUTUM. 's Avonds komen twee Amerikanen bij mijn broer op bezoek. Zij zoeken documenten voor de moord op acht Amerikaanse vliegers op 2 oktober 1944 in Apeldoorn (hun onderduikadres was verraden). Het zijn een majoor en een sergeant. Beide zeggen dat de POD in deze kwestie weigert mee te werk. Moet nu ook nog de POD gaan saboteren!

1946 ----- 28 januari maandag.

VAN HOUTUM. 's Middags geeft iemand zich als getuige op voor de aanklacht tegen de beheerder van het pension Eljo-Zamy (in 1943 joden verraden). Intussen hebben zijn vrouw en zoon al bekend. Hij ontkent alles.

1946 ----- 11 februari maandag.

VAN HOUTUM. Alle machines van de Gazelle-fabriek in Dieren zijn in Duitsland teruggevonden. Ze zijn naar Nederland onderweg.

1946 ----- 14 februari donderdag.

VAN HOUTUM. Rauter arriveert weer in ons land. Ditmaal op weg naar de gevangenis. Daar zal over hem geoordeeld worden. Woeste Hoeve klaagt hem aan!

1946 ----- 20 februari woensdag.

VAN HOUTUM. Men behaalt bij de opsporing van de moordenaars van R. van Gerrevink enzovoort een groot succes. Een SD-er heeft bekend. Nu zoekt men naar zes SS-lieden (drie Hollanders). Daarvan is men de namen te weten gekomen uit een dagboek van een SS-man te Harskamp. Hij regelde na september 1944 de telefonie op het Apeldoornse Bos. Hij noteerde alle namen en uittreksels van telefoongesprekken. Het dagboek was in de voering van zijn broek genaaid.

1946 ----- 4 maart maandag.

VAN HOUTUM. In de afgelopen nacht zijn in Apeldoorn vijf distributieambtenaren van hun bed gelicht. Zij hebben zeer veel inlegvellen uit stamkaarten verwijderd en zich deze toegeëigend wanneer de eigenaren er niet extra naar vroegen. Zo zijn er vele gevallen dat burgers zogenaamde inlegvellen hebben verloren. Deze blijken echter door de ambtenaren te zijn verduisterd. Men krijgt door een inlegvel alle bonkaarten. Het is te hopen dat er nu meer zwendel aan het licht komt. In het bijzonder de distributie van fietsbanden (uitsluitend tegen een pond boter).

1946 ----- 8 maart vrijdag.

VNA HOUTUM. Te Woeste Hoeve vindt een herdenking plaats van de moord op 117 Nederlanders (een jaar gelden) door de overval op Rauter. Het is al zover bekend dat de aanslag door twee Apeldoorners werd gepleegd.

1946 ----- 12 maart dinsdag.

VAN HOUTUM. De POD in Apeldoorn is er in geslaagd de moordenaars van Dobbelman en Mees te arresteren. De daders behoren tot de Silbertannegroep. Dit was een speciaal moordcommando van SS-mannen die over het hele land moorden pleegden.

1946 ----- 8 april maandag.

VAN HOUTUM. Een Nederlandse infanteriedivisie is nu in Teuge ondergebracht. Bij het vliegveld Deelen zal een tankdivisie worden gestationeerd. Beide zijn er voor opleiding en bestemd voor Nederlands Indië.

1946 ----- 17 april woensdag.

VAN HOUTUM. Het stemt elke Apeldoorner tot genoegen dat juist op deze dag met de verkoop van het boek ´Ik draag U op' is begonnen. Het geeft een overzicht van het ondergrondse werk in onze gemeente en is met veel foto's verduidelijkt. Eén van de artikelen is door mijn broer geschreven. Het boek kost 10 gulden (helft voor NOS). Het wordt nog vrij goed verkocht.

1946 ----- 3 mei vrijdag.

VAN HOUTUM. 's Avonds om zes uur begint over heel Nederland een plechtige herdenking van de gevallenen in de oorlog. De herdenking in Apeldoorn begint om 7.20 uur bij een voorlopig monument bij de grote Kerk. Er worden daar zeer veel bloemen neergelegd. Daaronder kransen van meer dan honderd gulden. Vervolgens is er een plechtigheid in de Grote Kerk. Daarbij worden de namen van 138 gevallenen uit onze gemeente voorgelezen.

1946 ----- 4 mei zaterdag.
VAN HOUTUM. De vlag hangt de hele morgen tot 's middags één uur halfstok. Dit was voor de nacht verboden. 's Morgens om elf uur is er opnieuw over het hele land een minuut stilte. Tot dat moment staan twee agenten bij het monument in Apeldoorn stram in de houding. Voor Apeldoorn (in het bijzonder Ugchelen) vindt de plechtigheid 's middags om twee uur plaats op het kerkhof Heidehof. Gedurende de hele morgen hebben er op het marktplein vijf auto's gestaan waarin men bloemen kon leggen voor de Engelse graven in Ugchelen. De bloemisten op het marktplein hebben deze dag zeer veel verkocht. Om twee uur vindt op Heidehof ook een minuut stilte plaats. Daarna worden de bloemen uitgedeeld. De auto's raakten zo vol dat niet alleen de Ugchelse kinderen de bloemen kunnen dragen. Daardoor wordt de hulp ingeroepen van de honderden aanwezigen. Er gaat een kwartier mee heen voordat alle bloemen zijn uitgedeeld. Vervolgens spreekt de voorzitter van het Oorlogsgravencomité en verzoekt onder meer de graven van de geallieerde piloten te adopteren. Daarna hoort men de waarnemend burgemeester van Apeldoorn en een dominee. De menigte besluit met het zingen van het Engelse en Nederlandse volkslied. Vervolgens gaat men langs de graven en legt er de boeketten bloemen neer. De Engelse graven en ook die van de Nederlandse oorlogsslachtoffers zijn bedolven onder de bloemen. De stapels zijn decimeters dik. Vele kransen hebben linten met de woorden 'Hulde aan onze bevrijders', 'Nederland herrijst, Groeten aan onze vrienden'. Van velen maakt zich een ontroering meester als op de bevrijdingsdag. Zoiets zien we misschien nooit weer. Tijdens de plechtigheid staan aan de ingang van Heidehof twee agenten stram in de houding. 's Middags om drie uur vindt er nog een herdenking bij het monument in Apeldoorn plaats. Daarbij worden opnieuw veel boeketten neergelegd.

1946 ----- 23 december maandag.

VAN HOUTUM. Eindelijk is het zover. De verrader van Reinier Van Gerrevink (1 oktober 1944) en velen uit zijn verzetsgroep staat in Zutphen terecht. Het is een bewogen zitting die door een flinke rechter wordt voorgezeten. Men kan een speld horen vallen wanneer Narda van Terwisga haar relaas over het verraad en haar lijdensweg in het kamp Ravensbrück doet. Zij is namelijk de enige overlevende van de slachtoffers. De verdachte blijft ontkennen maar hoort de doodstraf tegen zich uitspreken. Hij valt voortdurend in de rede en wordt hierin gesteund door zijn broer en zuster vanaf de tribune. Deze verrader probeert bij het wegvoeren zijn woede op een oude bekende te koelen. Maar dit wordt nog tijdig tegengehouden. De verdachte wordt weer naar de gevangenis in Arnhem overgebracht. Daar moet hij op het uitvoeren van het vonnis wachten. De berechting in Nederland wordt steeds slapper. Het aantal uitgevoerde doodstraffen is sporadisch. Er is zelfs één geval dat een ter dood veroordeelde al acht maanden op voltrekking van het vonnis wacht.

1947 ----- 7 maart vrijdag.

VAN HOUTUM. 's Morgens vindt in Arnhem de berechting van de vrouw en zoon van de beheerder van het Pension Eljo-Zamy plaats. De man is wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten. Zijn vrouw en zoon horen respectievelijk 8 en 15 jaar tegen zich eisen. Het grote jodenverraad van 1943 wordt bijna niet besproken. De getuigen (joden en agent D.) zijn namelijk dood. Deze rechtspraak berust op ander verraad waarvan slechts één geval uit Ugchelen (namelijk het vergiftigingsverschijnsel bij D.).

1947 ----- 28 maart vrijdag.

VAN HOUTUM. Een steenhouwer uit Apeldoorn komt in opdracht van de vereniging Ugchelens Belang klaar met het bevestigen van een koperen plaat op de Ugchelse Kei. Het is een eenvoudige herdenking van die inwoners van Ugchelen die in hun strijd tegen de Duitser zijn gevallen. Van enige officiële inwijding is geen sprake. Deze plaat is namelijk een verkapping van het besluit op oorlogsmonumenten. De staat wenst namelijk één uniform monument in alle Nederlandse steden en dorpen. Op de gedenkplaat staan de namen van
- C. Brouwer, overleden 12 mei 1940 in Tiel (frontgevecht). Zie onder 26 juni 1940.
- G.P. Duuring, gefusilleerd 31 juli 1942 in Amsterdam (verzet). Zie onder 5 juli 1942.
- B.J.A. Huygen, gefusilleerd 12 april 1945 in Kruisjesdal (verzet). Zie onder 25 mei 1945.
- A. van Velsen, gefusilleerd 12 april 1945 in Kruisjesdal (verzet). Zie onder 26 mei 1945.