Claartje van Aals

CLAARTJE VAN AALS, JOODSE LEERLING-VERPLEEGSTER

Claartje van Aals werd geboren op 16 september 1922 in een joods gezin in Utrecht. Ze ontwikkelde zich tot een vrolijk en druk kind. Ze zat op de mulo. Toen ze in 1938 haar diploma haalde, wilde ze de verpleging in, maar daar was ze als zestienjarige nog te jong voor. Daarom ging ze werken bij de spoorwegen. Daar ontmoette ze haar latere hartsvriendin Aagje Kaagman. Ze hadden een paar gelukkige jaren. Tot de Duitsers ons land bezetten. Op 21 november 1940 moesten alle joodse ambtenaren worden ontslagen, ook Claartje. De spoorwegen betaalde wel haar salaris door.

In december 1940 las ze een advertentie van Het Apeldoornsche Bosch, de joodse psychiatrische inrichting: ze zochten verpleegsters. Nu was ze oud genoeg voor dat beroep. Ze solliciteerde en werd meteen aangenomen. Aagje vond het verdrietig dat ze het dagelijks contact met Claartje verloor, maar ze was ook blij voor haar. Ze beloofden elkaar veel te schrijven. En dat is gebeurd. Omdat Aagje alle brieven van Claartje uit Apeldoorn bewaard heeft, kennen we tot in detail haar levensgeschiedenis tot haar laatste brief van 21 januari 1943.

Aanvankelijk had Claartje heimwee en de omgang met de zware psychiatrische patiënten viel haar niet mee. Brieven schrijven was dan een afleiding. Maar ze ontwikkelde zich tot een uitstekend verpleegster en langzaamaan begon ze het leven ook weer aangenaam te vinden, ze sprak af bij La Venezia, ging naar dansavonden in Tivoli en naar culturele bijeenkomsten in de inrichting. De berichten over de maatregelen tegen het joodse deel van de bevolking drongen wel door, maar het Apeldoornsche Bosch leek een kleine, veilige wereld. Wel een afgesloten wereld, want er mocht alleen nog maar joods personeel werken. Dat duurde tot 20 januari 1943. Toen kwam het bericht dat die nacht de hele bevolking van de inrichting gedeporteerd zou worden. Op het Apeldoornse station stond een trein klaar groot genoeg om 1500 mensen te transporteren.

Toen begon een gruwelijke nacht. Het personeel stond voor de keuze: zelf vluchten en onderduiken en dus de patiënten aan hun lot overlaten of blijven, met alle gevolgen van dien. Ook de jonge Claartje stond voor die keuze. Ze schreef op een hoekje in de gang haar laatste brief aan Aagje:

Lieve Aag,
Meiske schrik niet, maar vandaag gaan we foetsie. Waarheen weten we nog niet en wat er met de mensen gebeurt weten we ook niet. Het is een en al chaos.
Aag, denk je eens even in: 1500 mensen - patiënten en personeel worden maar zo weggehaald en je weet niet wat er met je gaat gebeuren.
Agie, alles moet ik achterlaten, alleen het hoogstnoodzakelijke kan ik meenemen. Wat zal er van ons worden?  Als ik wil kan ik onderduiken, maar ik voel me verplicht om met de mensen mee te gaan, want daar gaat je hart toch ook wel naar uit.
Agie, ik schei er uit.

Alle patiënten en 50 personeelsleden werden in de goederentrein geladen. Claartje was daar toch niet bij, ze was kennelijk niet aangewezen. De trein vertrok naar Auschwitz. De achtergebleven personeelsleden, voor zover niet ondergedoken, gingen naar Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen. Bijna niemand kwam daar levend uit, ook Claartje niet. Op 5 februari 1943 is ze in Auschwitz vermoord.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.