Voorafgaand aan de herdenking op 2 oktober 2019, precies 75 jaar na de executie, heeft mevrouw Sanne Boks-Wijma verteld over haar grootvader, Hans Wijma.

Beste aanwezigen en beste kinderen van de Regenboog school,

Ik ben Sanne Wijma en wil jullie vandaag wat vertellen over mijn opa Hans Daniel Wijma. Hij was één van de mannen die we hier vandaag herdenken. Ik denk dat het goed is om op deze herdenking over de personen zelf te horen die op dit monument staan, zodat het niet een aantal namen op een steen blijven maar dat het echte mensen worden.

Mijn opa werd geboren op 5 februari 1917 in Friesland. Zijn moeder stierf toen hij nog maar 1,5 jaar oud was. Toen Hans ongeveer 7 jaar oud was stierf ook zijn vader. Tot zijn 12e woonde hij bij verschillende pleeggezinnen in huis op verschillende plekken in Nederland waarna hij naar een kostschool werd gestuurd in Juist.
Juist is een Duits Waddeneiland waar hij naar een Duitse kostschool ging.  Kan je je voorstellen dat je op je 12e ineens naar school gaat in een ander land en een andere taal? Op deze kostschool was niet alleen veel aandacht voor verschillende sporten, waaronder veel watersporten, maar ook voor muziek en cultuur. Mijn opa kon goed pianospelen. Er kwamen kinderen vanuit allerlei verschillende landen naar de school.

In de tijd dat mij opa daar op school zat, kwam Hitler al aan de macht in Duitsland en overtuigde steeds meer mensen van zijn ideeën.  Hitler vond dat Joodse mensen de bron waren van al het kwaad en opgeruimd moesten worden. Er werden steeds meer joden opgepakt in Duitsland en ook de joodse leraren op de kostschool van mijn opa werden weggestuurd. Er ontstond in die tijd ook een jeugdbeweging in Duitsland, de Hitlerjugend, die begon als een soort padvinderij. Deze beweging nam Hitler ’s ideeën over en probeerde zo veel mogelijk andere kinderen en jongeren van de juistheid daarvan te overtuigen. Er kwamen in die tijd steeds meer leden van de Hitlerjugend als leerling bij mijn opa op school.

Mijn opa schreef hier later in een brief aan mijn oma dit over:
“Toen een jaar voor het examen Hitler aan de regering kwam, begon het ondergangsproces van onze school. Langzamerhand kregen de leraren minder te zeggen vooral als ze niet bij de Nationaal Socialisten behoorden. Het ging zelfs zover dat enige jongens uit de Hitlerjugend de baas gingen spelen over het zooitje wat nog gebleven was. Muziek, wat ook een van de allerbelangrijkste vakken was, was het enige wat de mensen weer wat bij elkaar bracht. De Hitlerjugend vond het mooi omdat het de muziek was van ‘Deutsche Meister’ en de rest vond het mooi omdat het mooi was”.

Na een tijdje was het gedaan met de vrijheid op school en steeds meer kinderen werden van school gehaald. Een paar maanden voor Hans’ eindexamen werd de school zelfs gesloten door de regering. De school paste niet binnen de ideeën van Hitler.
Mijn opa stond op straat, had geen familie waar hij naartoe terug kon gaan en besloot naar de Middelbare Technische School in Haarlem te gaan. Hij had veel interesse in elektrotechniek en dacht dat dat wel een goede keus voor hem zou zijn.

Hans hield veel van boten en ook van auto’s. Helaas kreeg hij na vier jaar MTS een ernstig auto-ongeluk. Hij liep een zware hersenschudding op en kon een tijdje niet meer naar school. Hij moest toen jammer genoeg stoppen met de MTS. Omdat hij niet meer naar school ging kreeg hij een oproep voor militaire dienst. In die tijd gold er voor mannen en jongens vanaf een bepaalde leeftijd dienstplicht. Hans was tijdens zijn diensttijd in Amersfoort gelegerd.

In deze periode leerde mijn opa mijn oma kennen op een feestje, Else Knapp.  Het was liefde op het eerste gezicht. Mijn opa had nog een vriendinnetje maar dat maakte hij snel uit voor mijn oma. De familie van Else was van Duitse afkomst maar woonde al lang in Nederland. Mijn opa en oma schreven in de tijd dat Hans in dienst was, brieven aan elkaar waarin ze hun levensverhaal vertelde. Gelukkig hebben we deze brieven nog en weten we daardoor in grote lijnen hoe het leven van Hans is verlopen.

In mei 1940 brak de 2e wereldoorlog uit in Nederland. Na vijf dagen strijd gaf Nederland zich over aan de Duitsers en was ons land bezet. Mijn opa en oma trouwden tijdens de oorlog in 1941 in Haarlem. Ze kregen in 1942 een zoontje, Ronald, mijn vader.  Ze gingen samen in Apeldoorn wonen en Hans ging in de slotenfabriek van zijn schoonvader werken.

Mijn opa en oma waren beide gedeeltelijk met de Duitse taal opgevoed maar hebben op een bepaald moment met elkaar besloten dat zijn nooit meer Duits tegen elkaar zouden spreken als een soort verzet tegen de Duitse bezetters.

We weten niet precies hoe Hans in het Apeldoorns verzet is terecht gekomen maar we weten wel dat hij zichzelf eerst heeft moeten bewijzen om in de groep opgenomen te worden. Omdat hij in Duitsland was opgegroeid en zijn vrouw van Duitse komaf was, vertrouwde men hem eerst nog niet helemaal. Hij kreeg eerst wat minder belangrijke klusjes te doen en na een tijdje zagen ze dat hij te vertrouwen was. Vervolgens werd hij opgenomen in de verzetsgroep van Narda van Terwisga, een dappere vrouw uit Apeldoorn, die ook wel de vrije groep Narda werd genoemd. Deze verzetsgroep hield zich bezig met het helpen van joden, het onderbrengen van onderduikers, hulp aan neergekomen geallieerde piloten en het namaken van persoonsbewijzen.

Omdat opa heel handig was met elektrotechniek, had hij zelf een radio gemaakt waarmee hij verbinding kon houden met andere verzetsgroepen of misschien wel met de geallieerden. De geallieerden waren de mensen uit Amerika, Engeland en Canada die ons land probeerden te bevrijden.

Radio’s waren strikt verboden door de Duitsers. Daarom had hij zijn radio verstopt in een geheime kamer in zijn huis. In de klerenkast in een slaapkamer zat achter de kleding een geheime deur die je aan de buitenkant niet kon zien. Als je aan een touwtje trok ging hij open en zat er een verborgen kamer achter. In deze kamer kon hij zichzelf ook verstoppen als dat nodig was.

Narda van Terwisga gaf les in typen en stenografie en leerde zo ene Willem L’Ecluse kennen. Hij was een van haar leerlingen.
Hij schepte tegen Narda op over de dingen die hij gedaan zou hebben voor het verzet in Amsterdam. Zo werd hij langzaam opgenomen in de verzetsgroep van Narda. Hij heeft een aantal klussen voor de groep gedaan, maar later bleek dat hij alle informatie over de verzetsgroep opschreef zoals de namen en adressen van de leden van de groep. Hij werd ook door een aantal mensen gezien in gezelschap van Duitsers en zo begon men hem toch te wantrouwen. L’Ecluse kreeg geen belangrijke klussen meer te doen en hij besloot de groep te verraden en alle namen door te geven aan de Sicherheitsdienst, de SD. Dit was een soort van Duitse politie in Nederland. Het verhaal gaat dat hij 200 gulden heeft gekregen voor het verraden van al deze mensen.

Een paar dagen voor de tragische gebeurtenis die we hier vandaag herdenken, deden de Duitsers via aanplakbiljetten een oproep om 4000 mannen en jongens te verzamelen voor zwaar werk aan de verdedigingslinies van de Duitsers. Er kwamen maar 36 mannen opdagen. Dit was natuurlijk een hele grote tegenslag en een afgang voor de Duitsers.
Dit was het aanplakbiljet. In die tijd was er natuurlijk nog geen tv of internet dus werd nieuws verspreid door middel van de krant of dit soort biljetten.  Die werden opgehangen of rondgebracht.

Op zaterdag 1 oktober 1944 reden SD’ers met een auto door Apeldoorn om leden van de vrije groep Narda op te pakken.  Doordat L’Ecluse alle adressen van de verzetsgroep precies had bijgehouden konden de meeste mensen makkelijk worden gevonden.

Mijn oma heeft mijn vader jaren later verteld over deze vreselijke dag. Op de avond van 1 oktober werd er gebeld en deed mij oma de deur open. Er stonden Duitse soldaten voor de deur die met een hoop herrie binnenkwamen.  Mijn opa was boven en hij begreep dat ze voor hem kwamen. Hij heeft zich snel verstopt in de schuilplek achter de kast waar ik net over heb verteld. De Duitsers doorzochten het huis maar konden mijn opa niet vinden.  Mijn vader die toen 2 jaar oud was en in zijn bedje lag vonden ze wel.  Ze begonnen te schreeuwen dat ze wisten dat hij er was en dat ze mijn oma en mijn vader zouden doodschieten als hij niet tevoorschijn zou komen. Hans is toen uit zijn schuilplek gekomen en is samen met de andere leden van de groep meegenomen naar het hoofdkwartier van de SD.

Een kwartier nadat hij was meegenomen werd er weer geklopt en stond Jo Bitter voor de deur, ook een lid van de verzetsgroep. Bij hem thuis hadden de Duitsers net twee ondergedoken geallieerde piloten gevonden. De familie Bitter was zo dapper om hen te verstoppen. Jo had weten te ontsnappen doordat hij door het raam naar buiten was geklommen. Zo kon hij naar het huis van mijn opa gaan om hem te waarschuwen. Maar hij was helaas net te laat.

Alle gevangenen inclusief de piloten hebben die nacht vast gezeten op het hoofdkwartier van de SD en zijn in de vroege ochtend van 2 oktober overgebracht naar het Apeldoornsche Bosch, nu onderdeel van Groot Schuylenburg.  Dat is de plek waar we nu zijn. Hier zijn ze alle 8 doodgeschoten.

In een verklaring van de SD over die dag stond:

“Maandagmorgen 2 oktober 1944 werden de gevangenen van de van Rhemenslaan per vrachtauto naar het Apeldoornse Bosch overgebracht. Bij aankomst aldaar stond al een executiepeloton gereed.  Toen de ondergrondse strijders ter voltrekking van het vonnis op een rij waren geplaatst, knoopte overste Barendsen zijn jas los en hief het Wilhelmus aan hetwelk door de anderen werd overgenomen. “

Ze zijn dus doodgeschoten terwijl ze het volkslied van Nederland zongen.

Hierna zijn de lichamen van de 8 mannen op verschillende plekken op hoeken van straten en pleinen in Apeldoorn neergelegd. Ze lagen daar met een bord ‘terrorist’ op hun borst. Ze zijn daar een paar dagen blijven liggen om de mensen uit Apeldoorn bang te maken en te laten weten wie de baas was. Dit woord ‘terrorist’ werd later door de mensen gezien als een eretitel voor verzetshelden.

Hierna deden de Duitsers weer een oproep om mannen te verzamelen tussen de 16 en 50 jaar om te werken aan de verdedigingslinie. Ze dreigde met zeer ernstige militaire maatregelen tegen de stad Apeldoorn als mensen zouden weigeren. Onder druk heeft toen een groot aantal mannen zich gemeld op het marktplein waarna ze onder zware omstandigheden te werk werden gesteld.

Mijn opa was 27 jaar oud toen hij overleed en liet een vrouw en een zoontje van 2 jaar achter. Of hij volledig besefte hoe gevaarlijk het was wat hij deed zullen we nooit weten, maar we weten wel dat hij is opgekomen voor mensen die werden onderdrukt en zijn leven heeft gegeven voor de vrijheid van dit land.

Zouden jullie dit durven?

Tekst Sanne Boks-Wijma
Bewerking Jelle Reitsma

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien