JAN PLOEG, DWANGARBEIDER

Toen de oorlog uitbrak was Jan Ploeg 34 jaar. Net als zijn vader, was hij bakker; met een aantal broers had hij een bakkerij aan de Trekweg.

Hij woonde met zijn vrouw, zoontje en 3 dochtertjes aan de Doggersbank, nu Pinksterbloem, vlakbij de bakkerij. Na het broodbakken in de vroege morgen ging hij op de transportfiets met een mand vol brood en tassen roggebrood aan het stuur naar de klanten, tot achter in Wiesel en het Woudhuis.

Soms nam hij zijn zoontje Wim mee voorop de stang van de fiets. Als de broodmand leeg was mocht Wim in de mand.

Als bakker was het hard werken, er was weinig vrije tijd. Op zondag was het een uur lopen naar de kerk. Onderweg vertelde hij verhalen. Jan vertelde zijn gezin dat ze niet bang hoefden te zijn voor de Duitsers. Wel voor de Russen, dat waren pas ruwe mensen. Op zondag was er ook nog genoeg tijd om spelletjes te doen met de kinderen, zoals knikkeren en Mens Erger Je Niet.

In het najaar van 1944 lukte het de Duitsers niet om via oproepen voldoende jongens en mannen te recruteren voor arbeidsinzet in Duitsland.

Daarom werden er op 2 oktober en 2 december razzia's gehouden, voorafgegaan door dreigementen en executies. De schrik zat er bij de Apeldoornse bevolking goed in.

De ochtend van 2 december was Jan Ploeg zoals gewoonlijk om half 5 te voet op weg naar de bakkerij. Hij werd aangehouden maar omdat hij een vergunning had mocht hij doorlopen. Wel kreeg hij opdracht om zich later die dag te melden op het Marktplein. In de bakkerij waarschuwde Jan zijn broers om zich te verstoppen op de meelzolder. Na het bakken ging hij naar huis om wat kleding en spullen op te halen. Met de woorden: maak jullie geen zorgen, wees niet bang, ik ben gauw weer terug nam hij afscheid van zijn gezin, op de dag dat zijn jongste dochtertje 2 jaar werd.

Met vele andere Apeldoorners die nodig waren voor dwangarbeid in Duitsland werd hij van het Marktplein naar het station afgevoerd. Ontsnappen kon niet, op vluchtelingen zou geschoten worden.

Er vertrokken die avond twee treinen vanaf het station Apeldoorn naar Enschede en vandaar richting Bocholt. De treinen werden zwaar bewaakt door militairen die op of naast de trein op treeplanken stonden. Jan zat in de eerste trein. In Duitsland, bij het station van het dorpje Werth werd de trein beschoten door geallieerde gevechtsvliegtuigen, die de trein aanzagen voor een goederentrein.

De locomotief werd geraakt en de trein stopte. Tijdens de beschieting vielen enkele tientallen doden. Jan raakte zwaar gewond. Nadat de vliegtuigen waren verdwenen werden de vele gewonden opgevangen in een naburige boerderij. Daar is Jan aan zijn verwondingen overleden.

Later is hij in Apeldoorn door zijn vader geïdentificeerd. Jan Ploeg is begraven op Heidehof.

De spoorlijn naar Werth bestaat niet meer. Bij het voormalige station Werth ligt nog een klein stukje rails met daarop een oude spoorwagon. Het is een soort monument dat voor familie en betrokkenen de gebeurtenissen op 2 en 3 december 1944 levend houdt.