FAMILIE WIJLER

Jacob Wijler, zijn vrouw Elisabeth Wijler-Kolthoff en hun twee dochters Martha Rose en Rose Hélène. De familie woonde sinds 1920 in Apeldoorn.

Tot 1940 was dit een gelukkig gezin. Jacob Wijler was leraar Frans aan de Koninklijke HBS en het gymnasium in Apeldoorn.

Martha Rose, 21 jaar oud, was onderwijzeres en haar drie jaar jongere zusje had net haar gymnasiumdiploma gehaald. Op 22 november 1940 werd Wijler ontslagen, omdat hij 'van Joodschen bloede was'. En Rose Hélène mocht niet naar de universiteit.

De Wijlers konden dus niet meer door het leven gaan zoals niet-joodse Nederlanders. Maar ze zaten niet bij de pakken neer. Zo werd Martha Rose tijdelijk onderwijzeres aan de joodse lagere school en Jacob Wijler gaf thuis les, o.a. aan joodse leerlingen die niet meer tot de middelbare school werden toegelaten.

Toen de maatregelen tegen de joden steeds werden uitgebreid en deportatie dreigde, besloot het gezin onder te duiken. Dat gebeurde na de zomervakantie van 1942. Omdat er geen onderduikadres was voor vier personen, werd het gezin gescheiden. De meisjes doken onder bij de familie Kievit aan de Bosweg, vader en moeder werden in het diepste geheim met een turfschip door het Apeldoorns Kanaal naar Epe gevaren. Daar droeg men ze in grote rieten manden het huis binnen van de familie Van Dijk.

Het enige contact tussen de meisjes en hun ouders liep daarna via brieven, die werden overgebracht door een koerier. Die briefwisseling stopte abrupt in januari 1943. Wijler en zijn vrouw verkeerden een poos in grote onzekerheid tot ze in februari hoorden dat hun dochters waren verraden en afgevoerd naar Westerbork.

De heer Kievit was gearresteerd, omdat hij joden had geholpen en ging op transport naar concentratiekamp Nordhausen. Hij heeft dat kamp niet overleefd.

Wijler en zijn vrouw wilden na dit bericht niet verder leven. Ze hebben dat ook gezegd tegen Van Dijk en zijn vrouw. Die zorgden er vanaf dat moment voor dat er altijd iemand aanwezig was om te voorkomen dat ze zelfmoord zouden plegen. Maar op 2 maart 1943 waren de Van Dijken even naar een buurtfeestje en bij thuiskomst waren de Wijlers verdwenen. Op tafel vonden ze trouwringen en twee afscheidsbriefjes, waarin stond dat hun onderduikers het kanaal waren ingelopen. Een zoektocht leverde niets op en het was uiteraard onmogelijk aangifte te doen.

Pas drie weken later werd het lichaam van Wijler gevonden bij Heerde, zijn vrouw werd uit het water gehaald in de gemeente Epe. Omdat de identiteit niet kon worden vastgesteld, werden ze anoniem begraven, Wijler in Heerde, zijn vrouw in Epe. Van Dijk en zijn vrouw die natuurlijk begrepen om wie het ging, moesten uiteraard zwijgen.

Na de bevrijding bleek dat Martha Rose en Rose Hélène op 21 januari 1943 in Auschwitz zijn vergast. Hun namen worden herdacht in de kapel op Ereveld Loenen in de boeken van slachtoffers zonder aanwijsbaar graf.

Het graf van mevrouw Wijler in Epe werd kort na de oorlog van haar naam voorzien. Dat duurde bij haar man tot 1958.

Pas in 2002 werd hun levensgeschiedenis gereconstrueerd en op 12 en 20 augustus van dat jaar werden Jacob Wijler en zijn vrouw Elisabeth naast elkaar herbegraven op het ereveld.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.

 

<