KENNETH HERSCHELL CALLENDER INGRAM

Geboren 14 februari 1923; overleden 2 oktober 1944

Jeugd
Kenneth Ingram, enige zoon van Mr. en Mrs. Ingram, verloor al op 4-jarige leeftijd zijn moeder. Zijn vader met wie hij een sterke band had, was tot die tijd apotheker, maar kocht nadien een klein hotel in Fratton, dichtbij Portsmouth. Hij beheerde dit samen met Mr en Mrs. Mills. Ken en zijn vader hebben geruime tijd in dit hotel gewoond, waar Mrs. Mills als een tweede moeder voor hem werd. De familie Mills had een dochter en een zoon van Ken’s leeftijd; de zoon is, enkele weken voor Ken’s dood, in september 1944, gesneuveld.
Kenneth Ingram was een vrolijke, zeer levendige jongen die veel vrienden had en op school een uitstekende leerling was. Op 15-jarige leeftijd won hij een prijs als beste van zijn klas op de King Edward VI School in Southampton.
Diensttijd
Na beƫindiging van zijn studie wilde Kenneth bij de Royal Air Force. Hij begon als monteur en kreeg na enige tijd kans om als Flight Engineer (boordwerktuigkundige) met de grote Lancaster bommenwerpers mee te vliegen. Dit was de mooiste tijd van zijn korte leven, want hij hield van actie en spanning. Hij vloog in totaal 21 maal mee met aanvallen op Duitsland.
Op 21 juni 1944 keerde hij, samen met zeven andere bemanningsleden in de Lancaster LL 840 ‘M’ van het 50ste eskader van de RAF terug van een succesvolle missie – een bombardement op fabrieken voor synthetische benzine in het Roergebied – maar een kwartier na deze aanval werd de Lancaster, duidelijk afstekend tegen de heldere midzomernachthemel, getroffen door de projectielen van een Duits jachtvliegtuig. De piloot heeft nog tien minuten lang geprobeerd de zware Lancaster onder controle te krijgen, maar het toestel verloor te veel hoogte en de bemanning kreeg het bevel het vliegtuig te verlaten.
Twee van de bemanningsleden is dat niet meer gelukt; zij zijn bij het neerstorten van het toestel in het Oenerbroek bij Epe omgekomen. De overigen zijn met hun parachutes goed terechtgekomen. Drie leden van de bemanning, waaronder de gezagvoerder, werden krijgsgevangen gemaakt en de drie overigen, onder wie Kenneth Ingram, wisten te ontsnappen.
Onderduiken en arrestatie
Zij zijn door verzetsmensen in Apeldoorn ondergebracht, eerst bij de familie de Vries aan de Frisolaan. Kenneth bleef daar vier dagen en vond, via andere schuilplaatsen, tenslotte in september 1944 gastvrij onderdak bij mevrouw Bitter van der Noordaa, aan de Jachtlaan 137. Daar werd hij op 30 september samen met zijn gastvrouw en Robert Zercher als slachtoffer van verraad door de beruchte SD gevangengenomen. Ze werden verraden door een zekere Willem l’Ecluse, een verrader die in het verzetsgroep van Narda van Terwisga was geĆÆnfiltreerd.
Dood
Op 2 oktober 1944 werd Kenneth Ingram gefusilleerd op Groot Schuylenburg, samen met zes verzetsmensen en de Amerikaan Bob Zercher. Hun lichamen werden op verschillende plaatsen in de stad Apeldoorn neergelegd om de bevolking te intimideren. Het lichaam van Kenneth werd neergelegd bij de brug over het kanaal van Apeldoorn in de Deventerstraat. Na een paar dagen werd hij begraven op Heidehof in Ugchelen.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.