MARCELIS ANDRIES VAN BEMMEL, POLITIEMAN EN VERZETSMAN

Marcelis Andries van Bemmel was in dienst van de Koninklijke Marechaussee en werd in 1941 in Apeldoorn geplaatst als opperwachtmeester. In 1943 werd de Marechaussee Staatspolitie en van Bemmel hoofdwachtmeester.

Hij woonde met zijn vrouw, 3 dochters en een zoon, aan de Jachtlaan en was van het begin van de oorlog betrokken bij verzetswerk. Daar heeft hij thuis nooit veel over verteld. Hij wilde voorkomen dat zijn vrouw en kinderen de Duitsers inlichtingen konden geven, als hij zou worden opgepakt. Maar zijn dochters hebben vaak illegale pamfletten moeten wegbrengen, zij wisten dat hun vader het hoofdpostkantoor in de gaten hield waarschijnlijk in verband met bonnendistributie en vervalsing van bonnen. Vanwege zijn politiefunctie wekte dat weinig argwaan op.

Hij was lid van een knokploeg en had het beheer van een partij wapens voor het verzet.

Op 9 november 1944 was een verzetsstrijder bij Van Bemmel in huis ondergedoken. Door verraad was de SD daar achter gekomen. 's Avonds werd de buurt omsingeld en drongen SD-agenten het huis binnen. Van Bemmel werd direct gearresteerd, de onderduiker probeerde te vluchten maar is in de voortuin doodgeschoten.

Van Bemmel werd na zijn arrestatie in de Koning Willem III-kazerne gevangen gezet. Vandaar is hij naar Kamp Amersfoort overgebracht en vervolgens naar het concentratiekamp Neuengamme. Op 14 februari 1945 ging Van Bemmel met 500 mannen op transport naar een kamp ten noorden van Ludwigslust,  in Mecklenburg Vorpommern. Daar moesten zij in een bos een nieuw concentratiekamp bouwen, het kamp Wöbbelin. De Duitsers wilden dit kamp gaan gebruiken voor de opvang van gevangenen uit andere concentratiekampen die door de geallieerde opmars ontruimd moesten worden. Het kamp Wöbbelin kon in de korte beschikbare tijd nooit worden afgebouwd. De stenen barakken stonden er wel, met daken er op, maar zonder ramen en deuren, zonder vloeren, zonder voorzieningen om te kunnen slapen. Het kamp beschikte over slechts één waterpomp, waarvan later bleek dat deze besmet water leverde. Oorzaak daarvan waren de in het bos gelegen massagraven waarin vanaf april 1945 de overledenen werden gedumpt. In de tien weken dat het kamp Wöbbelin heeft bestaan zijn meer dan 1000 gevangenen omgekomen als gevolg van mishandeling, ontberingen, ziekten en uitputting.

Wöbbelin is door de Amerikanen op 2 mei 1945 bevrijd. Wat zij daar aantroffen, tartte elke verbeelding. Honderden lijken lagen in bergen opgestapeld en hier en daar verspreid door het kamp. Overlevenden, zwak en ziek als zij waren, werden naar noodhospitalen vervoerd.

Van Bemmel heeft het kamp overleefd en de bevrijding door de Amerikanen meegemaakt. Hij werd als één der doodzieke en verzwakte gevangenen naar een Amerikaans noodhospitaal overgebracht. Daar is hij op 13 of 22 mei 1945 overleden en op het kerkhof van Ludwigslust naamloos in een massagraf ter aarde besteld.

De vrouw van Van Bemmel, zijn drie dochters en zijn zoon behoorden tot de genodigden bij de onthulling van het Marechausseemonument in 1949.

Jaren later werd er vlak bij het kamp Wöbbelin een monument onthuld ter nagedachtenis aan de omgekomen slachtoffers.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.