Meer over Robert Zercher en de bemanning van de ‘Karen B’
Op het monument voor 2 oktober 1944 staan acht namen. De laatste is die van een Amerikaanse vlieger, sergeant Zercher. Er is te zien dat die naam is veranderd; tot 2 oktober 2006 stond er nog Zurcher. Verkeerd gespeld dus en dat werd pas in 2006 ontdekt. 37 jaar heeft die verkeerde naam op het monument gestaan. Dat moest worden goedgemaakt.
Er was nog iets: er was heel weinig bekend over deze Amerikaan. Geen wonder, omdat z’n naam verkeerd op het monument stond. Inmiddels is er internet en zo kon zijn levensverhaal alsnog worden achterhaald. Dat verhaal luidt als volgt.
Robert W. Zercher werd in 1907 geboren als zoon van Frank en Ella Zercher. Zijn geboorteplaats was Hallam, York, Pennsylvania.
Daar groeide hij op met zijn tweelingzus Pauline. Hij volgde er basisonderwijs, voortgezet onderwijs aan de William Penn High School en studeerde in vier jaar af aan de Penn State University. Daarna werkte hij acht jaar bij de York Corporation, die o.a. koelinstallaties maakte, als een ‘test engineer’. Hij is nooit getrouwd.
Hij nam op 22 september 1942 in Harrisburg dienst als vrijwilliger bij de US Army Air Force (USAAF). Hij was toen al 35 jaar. In Europa was de oorlog drie jaar aan de gang, maar Amerika was pas 9 maanden in oorlog met Japan en Duitsland. Robert Zercher werd opgeleid tot luchtschutter voor een zware bommenwerper. Zo’n bommenwerper had toen een aantal koepels waarin mitrailleurs zaten. Daarmee konden vijandelijke vliegtuigen worden beschoten. Hij moest de geschutkoepel onder de buik van het vliegtuig bedienen. Tijdens zijn opleiding sloeg het noodlot voor de familie Zercher toe: eerst overleed zijn moeder Ella en in augustus 1943 kwam zijn broer Harold W. Zercher om bij een vliegtuigongeluk bij Homestead Field in Florida.

sergeant Bob Zercher (foto Ruth Rumsey)

Na de opleiding werd hij bevorderd tot sergeant en ingedeeld bij de bemanning van luitenant Nelson. Hij was toen 37 jaar en daarmee veruit het oudste lid van deze bemanning. De overige 9 bemanningsleden waren rond de twintig en kwamen uit alle windstreken van Amerika.
In de periode december 1943 – januari 1944 werden zij naar Engeland overgevlogen. Van daaruit vochten de Amerikaanse luchtstrijdkrachten, samen met de Engelse, tegen Duitsland. Deopham Green in Norfolk werd de thuisbasis.

bemanning ‘Karen B’ (foto Ruth Rumsey)

B-17G Flying Fortress

De bemanning kreeg daar een B-17G  bommenwerper, die ‘Karen B’ heette naar het zesjarige dochtertje van een piloot. Deze grote viermotorige bommenwerper werd Vliegend Fort genoemd vanwege de zware bewapening: uit de geschutskoepels konden de vliegers alle kanten op schieten. En dat was maar goed ook, want de Amerikanen bombardeerden bij daglicht, ze waren daardoor goed te zien voor Duitse jachtvliegtuigen in de lucht en kanonnen op de grond. Die zware bewapening met mitrailleurs aan alle kanten was nodig om het vliegtuig te kunnen verdedigen. Met de ‘Karen B’ maakten zij hun eerste bombardementsvlucht op 24 april 1944;  Braunschweig was het doel en zij keerden ongedeerd terug.
In de vroege morgen van zaterdag 29 april 1944 steeg de ‘Karen B’ weer op. Op deze dag werden  meer dan zevenhonderd zware bommenwerpers ingezet om het station Friedrichstrasse in Berlijn te bombarderen. Dit station was een belangrijk spoorwegknooppunt en het uitschakelen daarvan, zo dachten de Amerikanen, zou de Duitse oorlogsindustrie om Berlijn een gevoelige klap geven. De arbeiders zouden dan hun fabrieken immers niet meer kunnen bereiken en daardoor zou de productie sterk dalen.

Station Friedrichsstrasse

Om de bommenwerpers te beschermen tegen Duitse jagers, vlogen meer dan 800 geallieerde jachtvliegtuigen mee.
Voor de ‘Karen B’ verliep de heenvlucht betrekkelijk rustig. Dat gold niet voor alle vliegtuigen: er raakten vliegtuigen uit de koers doordat hun radars niet goed werkten. Zij dwaalden af naar het zuiden en vlogen zonder jagerbescherming het luchtruim boven Braunschweig binnen (dat is het gebied ten zuidwesten van Berlijn). Daar werden ze genadeloos aangevallen door meer dan honderd Duitse jagers.
Soms ook  konden de geallieerde jagers de bommenwerpers die ze moesten beschermen niet op tijd vinden. In de omgeving van Hannover werden de achteraan vliegende bommenwerpers door 60 tot 80 Duitse jagers aangevallen.  De Duitse jagers  schoten veel Amerikaanse bommenwerpers neer.
Van de meer dan 700 bommenwerpers kwamen er maar 580 boven het doel in Berlijn, de rest was dus neergeschoten of afgedwaald. Bovendien was het doel door de bewolking slecht zichtbaar. Boven Berlijn nam de  Duitse luchtafweer het over van de jagers en bestookte de bommenwerpervloot hevig. Zo vielen er veel minder bommen op het station Friedrichstrasse dan bedoeld en werden er wel veel huizen geraakt in de buurt van het station.
Bij het terugvliegen kregen de bommenwerpers er opnieuw van langs door aanvallen van de Duitse jachtvliegtuigen. Hun eigen jagers hadden de bommenwerpers niet tijdig kunnen vinden. Pas na het passeren van Hannover werden de bommenwerpers beschermd door geallieerde jachtvliegtuigen .
Ondanks alles werden de resultaten van de aanval als voldoende tot goed beoordeeld door de commandanten, maar de prijs was hoog: er gingen 64 bommenwerpers en 14 jagers verloren. 355 bommenwerpers raakten beschadigd, de meeste door Duitse luchtdoelgranaten.
Ook de ‘Karen B’ werd boven Berlijn geraakt door de luchtafweer, waardoor er een motor in brand vloog en de brandstoftank voor deze motor ging lekken. Daardoor kon de bommenwerper de anderen niet meer bijhouden en moest de terugvlucht alleen voortzetten. Dat was op zichzelf al gevaarlijk, maar bovendien werd al vlug duidelijk dat Engeland onmogelijk kon worden bereikt. Op een gegeven moment leek het er op dat de complete bemanning uit het vliegtuig zou moeten springen. De piloot vertelde zijn bemanning over de intercom hoe ernstig de toestand van het vliegtuig was en droeg hen op hun parachutes om te gespen.
Toen de linker luchtschutter dat hoorde sprong hij onmiddellijk uit het vliegtuig. Misschien had hij de piloot wel verkeerd begrepen. Hij landde in een dorpje bij Braunschweig, kreeg een pak slaag van de bevolking en werd onmiddellijk krijgsgevangen gemaakt.
Kort na het passeren van de Nederlandse grens, nu met drie uitgevallen motoren, waarvan er  één brandde,  verloor het toestel meer en meer hoogte. Omdat het vliegtuig nog wel bestuurbaar was, maakte de piloot een noodlanding en gaf geen opdracht om uit het toestel te springen.
Tijdens de landing zaten alleen de piloten in de cockpit – de rest van de bemanning zat in de radiohut. Het was 13:30 uur en het vliegtuig was geland in het bouwland een kilometer of vijf ten zuiden van Ruurlo.  Niemand raakte gewond. De bemanning probeerde het vliegtuig in brand te steken om te voorkomen dat de Duitsers het in handen kregen, maar dat lukte niet echt; er verbrandde maar één vleugel.  Vervolgens maakten zij zich uit de voeten in de bossen om gevangenneming te voorkomen. Een half uur later arriveerden de Duitsers op de plek van de noodlanding, maar toen was de Amerikaanse bemanning al gevlogen.
En daar liepen dus negen Amerikanen door de Gelderse Achterhoek. Ze moesten hulp zien te krijgen, maar het helpen van geallieerde vliegers was erg gevaarlijk: de Duitsers hadden daar al  in 1941 de doodstraf op gezet. Desondanks werden de negen Amerikanen nog diezelfde nacht opgepikt door de ondergrondse en in Aalten verstopt. Op 1 mei 1944, Tweede Paasdag, was er een belangrijke voetbalwedstrijd met een hoop drukte en lawaai in de straten. Verzetsmensen brachten de vliegers in twee taxi’s naar Zutphen.
Door de vliegers steeds te laten verhuizen, kon het risico worden verkleind dat ze werden opgepakt. Het was de bedoeling om de vliegers via de ‘pilotenlijn’ naar Engeland te laten teruggaan; dan zouden ze de strijd kunnen voortzetten. Het opzetten van zo’n pilotenlijn was niet alleen erg gevaarlijk, het kostte ook veel tijd en moeite. Het was overigens vooral gevaarlijk voor de helpers: die konden de doodstraf krijgen. De vliegers konden alleen krijgsgevangen worden gemaakt.
Na een dag of drie bleven een paar bemanningsleden in Zutphen, recht tegenover het Duitse hoofdkwartier, anderen gingen naar Eefde en later naar Laren en Harfsen. Ook Bob Zercher  kwam daar terecht.
In augustus werd hij samen met vier andere bemanningsleden met de fiets opgehaald door de  verzetsgroep Narda en naar Apeldoorn gebracht. Deze Narda heette eigenlijk Meinarda van Terwisga, was toen 25 jaar en had in Apeldoorn een school waar je o.a. typen kon leren. Zij was een dappere vrouw en had haar eigen verzetsgroep, de ‘vrije groep Narda’.
Om controle bij de IJsselbrug te ontlopen staken zij de IJssel bij Wilp met een roeibootje over.  De vliegers verbleven op diverse adressen: eerst bij de familie Oxener, later bij de familie Kliest, waar ook andere Amerikaanse vliegers al waren ondergebracht.
Bob Zercher en de tweede piloot werden de eerste dagen bij de familie de Vries en dr Stigter opgevangen. Bob Zercher schoof door naar mevr Meijer-de Vries aan de Jachtlaan. Daar wachtte hij net als andere vliegers op de bevrijding, maar die kwam niet.
Zaterdag 30 september was een rampdag: door verraad werd de groep Narda opgerold.
De Sicherheitsdienst, SD, zette een val op in het huis van Narda van Terwisga aan de Paul Krugerstraat 30 en arresteerde Narda en de meeste leden van haar groep. De SD probeerde ook Joop Bitter, de zoon van mevrouw Bitter-van de Noordaa, die aan de Jachtlaan woonde en ook lid van de groep Narda was, aan te houden. Daar troffen de SD’ers tot hun grote verrassing in het huis ook de Brit Kenneth Ingram en Bob Zercher aan: ’Komm schnell, hier sind zwei Engländer’. Hoe en waarom Bob Zercher en Kenneth Ingram, die beiden bij mevr Meijer-de Vries waren ondergebracht, in september 1944 bij mevrouw Bitter-van der Noordaa op de Jachtlaan 134 terechtkwamen, is niet meer na te gaan.
Robert Zercher was, net als Kenneth Ingram, bij zijn arrestatie op 30 september in burger. Maar de SD wist dat zij militair waren en daarom hadden zij als krijgsgevangene behandeld moeten worden. Dat gebeurde niet. Zij werden samen  met de zes gearresteerde verzetsmensen hier op Groot Schuylenburg  gefusilleerd. Hun lichamen bleven, met het bord ‘Terrorist’ op de borst, dagenlang op belangrijke punten in de stad liggen om de Apeldoornse bevolking schrik aan te jagen. Het lijk van Bob Zercher lag op de Deventerstraat, vlakbij de Hoofdstraat. Na een paar dagen werd hij begraven op Heidehof.
Ondanks ontberingen overleefden negen van de tien bemanningsleden van de ‘Karen B’ de oorlog. Bob Zercher was de ongelukkige, die in Apeldoorn werd vermoord. De overigen keerden terug naar de Verenigde Staten. In juni 1945 werden zeven bemanningsleden nog een keer verzameld in Florida. Daar is het verhaal van de bemanning van de ‘Karen B’  opgeschreven.
In  februari 1946 lieten de Amerikanen onderzoek doen naar de dood van Bob Zercher. Vervolgens werd zijn lichaam herbegraven op het Amerikaanse oorlogskerkhof Neuville-Condroz in België.
Op 2 oktober 1969 werd de gedenksteen op Groot Schuylenburg onthuld. Op de steen staat dan: ‘R. Zurcher U.S.A.A.F.’ Waarom  hij er niet als ‘R.W. Zercher Sgt. USAAF’ op is gezet, is onbekend.
Niet alleen in Apeldoorn, ook in de ‘Roll of Honour’ in de American Memorial Chapel in  St. Paul’s Cathedral in Londen staat de naam van Bob Zercher vermeld, samen met de namen van alle 28000 gesneuvelde Amerikaanse militairen die in de oorlog korter of langer in Engeland waren gestationeerd.
Ook de York Corporation hield hun employé’s  in uniform in ere; dit was de kop van een poster die regelmatig in de personeelskrant werd afgedrukt. In de witte vlag met rode rand staat het getal 991 voor het aantal employés dat op 1 mei 1944 in de Amerikaanse strijdkrachten diende; de 6 sterren geven het aantal omgekomen medewerkers op die datum weer. Bob Zercher was toen twee dagen ‘Missing In Action’. 1200 medewerkers van de York Corporation dienden als militair in de oorlog; 25 van hen kwamen om het leven.
In 2006 leefde er op Victor Ryzcko na niemand meer van de bemanning van de ‘Karen B’. Toch is het goed dat de naam van Bob Zercher nu correct op de gedenksteen op Groot Schuylenburg staat vermeld: R.W. Zercher Sgt. USAAF, samen met de namen van verzetsstrijders die zich toen hebben ingezet om onze vrijheid te helpen herwinnen.

Het bombardement op Berlijn is gedetailleerd beschreven.