JULIANA BITTER - VAN DER NOORDAA, VERZETSVROUW

Als het gaat over vrouwen in het verzet, moet niet alleen worden gedacht aan mensen als Hannie Schaft, maar ook aan huisvrouwen als mevrouw Bitter- van der Noordaa.
Zij stelde haar huis ter beschikking als onderduikadres. Dat was niet zo spectaculair als met een stengun in je fietstas naar een geheim adres rijden. Maar zonder onderduikadressen als dat van mevrouw Bitter was er helemaal geen verzet tegen de Duitsers mogelijk geweest. Daar konden namelijk verzetsmensen terecht als Teding van Berkhout of jongens die niet als dwangarbeider naar Duitsland wilden, maar ook joden die zich niet meldden voor transport naar Westerbork. Al die mensen vonden op zo'n adres een veilige schuilplaats en iemand die voor hen zorgde.

Zo iemand was mevrouw Bitter. Zij was geboren in 1878 en had een gelukkige jeugd; haar latere leven ging echter niet over rozen. Zij trouwde in 1901, maar zeven jaar later stierf haar echtgenoot. Zij bleef achter met vier kleine kinderen. Om aan de kost te komen, begon ze een pension. In 1921 trouwde ze voor de tweede keer en in dit huwelijk werd een zoon geboren. Maar in 1933 werd ze voor de tweede keer weduwe. Toen verhuisde ze naar wat in de oorlog een onderduikadres zou worden: Jachtlaan 134. Aan het begin van de oorlog was ze 61 jaar.
Hoeveel mannen er in de oorlog op dit adres ondergedoken hebben gezeten, is niet bekend. In ieder geval waren er in september 1944 twee piloten verborgen:
de Amerikaan Bob Zercher en de Engelsman Kenneth Ingram.

Eén verzetsgroep in Apeldoorn stond onder leiding van een vrouw, Narda van Terwisga. Eén van de leden van die groep was de zoon van mevrouw Bitter. Die zoon werd Joke genoemd.
Een verrader heeft de namen en adressen van de leden van de verzetsgroep doorgegeven aan de Duitsers, die op 30 september 1944 toesloegen. Zes mannen en Narda van Terwisga werden opgepakt. Ook Joke Bitter stond op de lijst. Toen de Duitsers hem thuis wilden aanhouden, ontdekten zij bij toeval Bob Zercher en Ken Ingram. In de ontstane verwarring kon hij vluchten, maar zijn moeder werd opgepakt, evenals de twee vliegers.

Op 2 oktober werden de acht mannen doodgeschoten op Groot Schuylenburg. De Duitsers legden hun lichamen op verschillende plekken op straat om de Apeldoornse bevolking schrik aan te jagen. De lijken bleven daar drie dagen liggen.
De beide gevangen genomen vrouwen gingen op transport naar Ravensbrück. Narda van Terwisga overleefde dat vreselijke vrouwenkamp, mevrouw Bitter stierf er op 6 januari 1945 van uitputting; ze was toen 66 jaar.

Zij is het negende slachtoffer van het verraad, maar haar naam komt niet voor op het monument op Groot Schuylenburg. Toch heeft haar verzetsdaad haar het leven gekost.
Al jarenlang vond men dat haar naam genoemd had moeten worden op dat monument. Het is er nooit van gekomen. Maar bij de herdenking op 2 oktober 2012 is dat verzuim goedgemaakt door een gedenkteken te onthullen bij het monument met de namen van de geëxecuteerden.

Klik op onderstaande afbeeldingen om die op ware grootte te zien.