Het verhaal van Murray Parmiter

Murray Parmiter was ruim achttien jaar toen hij zich vrijwillig meldde om soldaat te worden. Zijn land, Canada, was in oorlog en hij vond dat dit het beste was wat hij kon doen. Na een korte opleiding tot soldaat vertrok hij naar Italië. Daar was de strijd voorbij en Murray werd met het hele Canadese leger per schip en per legertruck naar Nederland gebracht.In april ’45 staken ze de IJssel over om de Veluwe te veroveren. Op 17 april 1945 was Murray erbij toen Canadese troepen Apeldoorn bevrijdden. Murray diende bij het Hastings and Prince Edward Regiment.

Een fragment uit het legerjournaal: "Duizenden opgewonden en pas bevrijde Nederlandse burgers bevolkten de straten, schreeuwend en zwaaiend en ze bedolven de soldaten onder bloemen en kussen. Maar ze hinderden ons ook, want wij moesten de stad verder bevrijden. De kolonel trok zijn pistool en vuurde enkele schoten in de lucht. De menigte week uiteen en wij konden verder trekken naar Wilhelmina's voortuin"

Hij reed snel met zijn afdeling richting paleis Het Loo, want daar waren nog Duitse soldaten. In de bossen langs de Amersfoortse weg zaten sluipschutters. Zij doodden enkele Canadese militairen, waaronder de vriend van Murray, Pomeroy. In het Canadese leger diende een Indiaan. Hij was scherpschutter en trok de bossen in en doodde drie Duitse sluipschutters. Murray kon toen verder trekken naar Elspeet en Garderen. Daar bleef hij enige tijd.  Voor hem was het vechten voorbij en heeft hij geen schot meer gelost.

Van daar moest hij naar de Grebbelinie. Hij moest samen met zijn kameraden voedseltransporten bewaken. De Duitsers stonden aan de ene kant van de weg en de Canadezen aan de andere kant. Ze konden elkaar in de ogen kijken, maar er werd geen schot gelost.
Murray maakte de bevrijding van Hilversum en Amsterdam mee en kwam uiteindelijk in Santpoort bij Haarlem terecht.

Intussen was Nederland bevrijd, maar Murray kon nog niet naar huis. Hij diende nog negen maanden in Duitsland. De chaos daar was enorm. De Canadezen waren daar een soort politie. Er waren na de oorlog nog veel kampen vol mensen die door de Duitsers gevangen waren genomen. Deze mensen konden om allerlei redenen (bijv. ziekte en zwakheid) nog niet naar huis. Murray en zijn compagnie moesten die kampen bewaken en voorkomen dat die gevangenen ’s nachts erop uittrokken om boerderijen te plunderen.

In juni 1946 kwam Murray per schip in Canada aan. Hij was toen 21 jaar en was ruim twee jaar van huis geweest. Spoedig daarna kon hij weer aan het werk bij dezelfde baas als voor de oorlog. De oorlog was voorbij. Murray’s gewone leven kwam weer op gang. Hij had de oorlog overleefd. Vele duizenden waren gedood op de slagvelden van Europa, waaronder vrienden van Murray. Dat wilde en kon hij niet vergeten. Trouw bezoekt Murray de bijeenkomsten van zijn regiment, waar zijn kameraden uit de oorlog worden herdacht. Daar voelt hij zich ook thuis, want de veteranen die daar bijeenkomen hebben allemaal de oorlog meegemaakt en begrijpen elkaar ook zonder woorden.

Enkele keren bezocht hij ons land, ging weer langs die plekken waar hij gevochten had. Nog steeds bezoekt hij de Canadese oorlogsbegraafplaats in Holten, doet mee aan stille tochten en herdenkingen. Hij komt regelmatig weer naar Nederland, omdat hij hier vrienden heeft gekregen, zegt hij. Maar ook om te genieten van de waardering tijdens de defilés, zoals in 1990 en 1995.
De oorlog heeft hem niet veranderd, zegt hij. Maar als hij vertelt van de dood van zijn vriend Pomeroy, staan de tranen in zijn ogen………… Na al die lange jaren sinds 1945 heeft Murray het boek van de oorlog niet willen sluiten en niet kunnen sluiten, omdat hij steeds opnieuw de doden wil herdenken en opdat wij niet vergeten... Zijn leven is niet verwoest door de oorlog, maar wordt er wel door bepaald.
Murray Parmiter is in 2006 overleden.