Oorlogsgraven Heidehof

Locatie
Begraafplaats ‘Heidehof’ Ugchelen (gemeente Apeldoorn)

Ontwerper & opdrachtgever
Commonwealth War Graves Commission

Onthuld
1946

Uitvoering
Een wit kruis op een voetstuk met de tekst: ‘Their name liveth for evermore' 

Herdenkingsdatum
4 mei

Adoptie
Basisschool ‘De Bouwhof’ heeft dit monument geadopteerd en op 17 april worden de hier begraven militairen herdacht. Enkele dagen voor de herdenking maken de kinderen van groep 8 de grafstenen en het monument zelf schoon, harken de tuin aan, wieden het onkruid en planten viooltjes. Ook de ceremonie wordt besproken en geoefend. Bij de herdenking zelf zijn ook de kinderen van groep 7 betrokken. Er worden gedichten voorgelezen en de directeur van de school houdt evenals de burgemeester een toespraak. De kinderen staan in twee rijen opgesteld en geven van achteren naar voren de krans door, waarna deze bij het monument wordt gelegd. het Wilhelmus wordt gezongen en aansluitend lopen alle aanwezigen als eerbetoon langs de graven.

'Cross of Sacrifice'

Stirling

Manchester

Wellington

Lancaster

Halifax

B-24 Liberator

B-17 Flying Fortress

Spitfire

Typhoon

Mosquito

Mustang

Het verhaal achter het monument

Op de begraafplaats Heidehof bij Ugchelen staat een oorlogsmonument: een groot wit kruis, 'Het Kruis van de Opoffering'. Aan de voet daarvan liggen 55 vliegers en 2 andere geallieerde slachtoffers begraven. Deze mannen sneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog boven Apeldoorn en omgeving. Er zijn meer geallieerde vliegers in deze omgeving omgekomen en op Heidehof begraven dan deze 55. Na de oorlog zijn 18 vliegers op andere begraafplaatsen herbegraven: 5 Canadezen in Groesbeek, 6 Engelsen in Oosterbeek en 7 Amerikanen in Margraten.

De tekst op de grafstenen maakt duidelijk hoe jong deze vliegers waren: de meesten waren pas 19, 20, 21, of 22 jaar. Een enkele was ouder; de hoogste leeftijd die wordt vermeld is 38 jaar. Ver van huis verloren deze jonge mannen hun leven: 49 Engelsen, 3 Canadezen, 2 Australiërs en één Nieuw-Zeelander.

Van elke honderd vliegtuigen werden gemiddeld vier à vijf vliegtuigen neergeschoten; de bemanning van een bommenwerper bestond uit acht tot tien man. In één etmaal werden soms honderden vliegers neergeschoten. Een aantal van hen wist zich per parachute te redden; de meesten werden gevangen genomen, anderen konden met hulp van het verzet ontsnappen.

De eerste neergeschoten vliegers boven Apeldoorn

In de nacht van 9 maart 1942 was Essen in het Ruhrgebied het doel van de Engelse bommenwerpers.
De bemanning van één van de Stirling bommenwerpers bestond uit piloot Ronald Disley, 37 jaar, een oudere vlieger met veel ervaring, 2e piloot George Nicholson, navigator Albert Rampton, marconist Harry Bidgood, boordwerktuigkundige Douglas Tuck en de drie boordschutters John Philips, Donald Mc Collum en Carl Carruthers en een extra man William Cross. Om drie uur 's nachts vlogen de bommenwerpers over. De Stirling werd geraakt door het luchtdoelgeschut bij Beekbergen. De bommenwerper vloog onmiddellijk in brand; het was de heenvlucht en brandstoftanks waren nog redelijk vol. Brandend stortte het vliegtuig neer in het Schalterbos ten noorden van de Groenendaalseweg tussen Loenen en de Woeste Hoeve. De hele bemanning kwam om. Met militaire eer zijn deze vliegers op Heidehof begraven.

Volgende slachtoffers in 1942 en in 1943

Op 31 mei 1942 stortte in Klarenbeek een bommenwerper neer, waarbij de bemanning op één na, om het leven kwam. (Zie De Wellington van Klarenbeek).

In de nacht van 4 juni 1942 vlogen weer bommenwerpers naar Bremen. Eén daarvan was een tweemotorige Manchesterbommenwerper met als 1e piloot John F. Heaton en zeven bemanningsleden. Tijdens de terugvlucht werden zij onverwachts aangevallen door een Duitse nachtjager. De Engelse boordschutter en de piloot van de jager openden tegelijk het vuur. Beide vliegtuigen werden geraakt. De Duitse jager kon nog een noodlanding maken, maar de bommenwerper stortte neer bij de Schalterberg in Beekbergen. Drie bemanningsleden konden zich met hun parachutes redden, maar werden gevangen genomen. Vier bemanningsleden verloren het leven: 1e piloot John F. Heaton, 2e piloot John R. Steen, navigator Harold Sheen en boordschutter Stanley Thomas.

Op 13 januari 1943 werd een aanval op Essen uitgevoerd. Eén van de Lancasterbommenwerpers had als 1e piloot Gray Healey, die al 43 vluchten had gemaakt. Hij werd twee keer in de oorlog onderscheiden: de eerste keer na het voltooien van zijn eerste 'tour' van 30 operationele vluchten en de tweede keer door Koning George VI persoonlijk vanwege zijn uitstekend leiderschap. Navigator was John Pennington, die ook al 32 vluchten had gemaakt. De boordwerktuigkundige was Alexander Dunbar. De marconist Michael Lumley was een goede vriend van Gray Healey en begon aan zijn 43e vlucht. Helemaal voor in de glazen koepel zat de bommenrichter Dave Crozier. De rugkoepelschutter was Caspar Jurgensen en als staartschutter vloog Frank Edwards mee: voor hen was het hun 2e respectievelijk 3e vlucht.

Wat er precies is gebeurd is niet duidelijk: de Lancaster kwam om halfacht ’s avonds laagvliegend uit zuidoostelijke richting aan over het Willemsbos bij Hoog Soeren. De motoren liepen onregelmatig. De Lancaster werd aangevallen door een Duitse nachtjager en er had een hevig vuurgevecht plaats. De bommenwerper werd geraakt, vloog in brand en explodeerde in de lucht. De hele bemanning kwam om het leven en werd begraven op Heidehof.

In de nacht van 30 april op 1 mei 1943 werd op de terugvlucht van Essen een Halifax bommenwerper door een nachtjager neergeschoten. Het toestel kwam neer bij de Waterberg in het Spelderholt tussen Ugchelen en Hoenderloo. Twee vliegers zagen kans het brandende vliegtuig op tijd te verlaten; beiden werden gevangen genomen. Vijf bemanningsleden, piloot Alec Camburn, navigator Ronald Hawkins, boordwerktuigkundige Lawrence Dubetz, boordschutter Thomas Jardine en staartschutter John Hendry vonden de dood.

Op 26 juli 1943 vloog er een grote formatie bommenwerpers ’s nachts over Apeldoorn naar Essen. Boven de Veluwe waren Duitse nachtjagers actief. Een Stirling met John Patteson als piloot werd geraakt. John Patteson loste eerst de bommen bij Beekbergen en gaf toen zijn bemanning opdracht om te springen. Om zijn bemanning te sparen bleef hij zelf het vliegtuig besturen. Achter in het Ugchelense bos bij de Hoog Buurloseweg stortte de bommenwerper neer. John werd begraven op Heidehof. Als Canadees vlieger is hij later in Groesbeek herbegraven.

Eind juli 1943 werden Hamburg, Kiel en Kassel verschillende keren aangevallen, overdag door de Amerikanen en ’s nachts door de Engelsen.
Majoor Robert F. Post was één van Amerikaanse piloten die op 30 juli 1943 op Kassel vloog. Bij het bombarderen ging de formatie door een hel van afweervuur. De B-17 Flying Fortress van Post werd getroffen: één propeller werd compleet weggeschoten, twee benzinetanks werden doorzeefd en ook de zuurstofvoorziening raakte beschadigd.
Daarom moest hij zijn B-17 laten dalen tot op 4000 meter hoogte om zonder extra zuurstof voor de bemanning verder te kunnen vliegen. Op de terugweg werd de B-17 anderhalf uur lang onafgebroken bestookt door Duitse jagers. De bommenrichter William Tsialas raakte hierbij zwaar gewond en was niet meer in staat om te springen. Net voor Apeldoorn sprong de rest van de bemanning uit het vliegtuig en kwam op één na veilig op de grond in Voorst: de parachute van Walter Andersen weigerde: hij viel als een steen omlaag en sneuvelde als eerste Amerikaan boven Apeldoorn. Robert Post vloog door en het lukte hem het vliegtuig aan de Zutphenseweg met een noodlanding aan de grond te zetten. Post zag kans om uit de cockpit te springen en ook om de zwaargewonde Tsialas tussen de wrakstukken vandaan te slepen. Na hun gevangenneming werden zij overgebracht naar een ziekenhuis. Zij hebben het beiden gelukkig overleefd.

Op 10 oktober 1943 kwam een B-17 met motorproblemen bij Terwolde aan. Een deel van de bemanning sprong uit het vliegtuig. De bommenrichter, John Lilley, trok hierbij te snel zijn parachute open, waardoor hij met zijn parachute aan de staart bleef haken. De mensen op het voetbalveld van Terwolde zagen die zondagmiddag met verbijstering hoe deze vlieger achter het vliegtuig werd meegesleurd. De piloot zag tenslotte kans de B-17 in Broekland aan de grond te zetten. Bij deze manoeuvre raakte hij echter enkele boomtoppen, waardoor John Lilley op een boerenerf terechtkwam en direct daarna overleed.

Vanaf augustus 1943 vonden er aanvallen op Berlijn plaats. Bijna elke nacht vloog de RAF naar Berlijn om de stad met bommen te bestoken, maar leed ook zelf verliezen: er waren nachten waarbij meer dan 50 vliegtuigen verloren gingen. Zo schoot in de nacht van 26 november een Duitse nachtjager een Lancasterbommenwerper op de terugvlucht neer. Het vliegtuig sloeg te pletter op het landgoed Varenna ten zuiden van Beekbergen. Alle zeven bemanningsleden – piloot Rob McSorley, boordwerktuigkundige Brien Gooding, bommenrichter John Lynch, navigator George Green, marconist Eric Foulkes, boordschutter Norman Bolt en boordschutter Peter Paice - vonden de dood. Na de oorlog zijn er zes geïdentificeerd; helaas is van Norman Bolt geen spoor meer terug gevonden.
Slachtoffers in 1944 en 1945

Op 29 april 1944 moest een Amerikaanse B-17 een noodlanding maken ten zuiden van Ruurlo. De bemanning zag echter kans om het toestel ongedeerd te verlaten. Voordat de Duitsers er lucht van kregen had het verzet hen al meegenomen naar onderduikadressen. Met één van hen, Robert Zercher, liep het verkeerd af. Op 30 september 1944 werd hij bij een razzia op zijn onderduikadres aan de Jachtlaan gepakt, samen met Kenneth Ingram, een Engelse boordwerktuigkundige die in juni 1944 bij Oene was neergeschoten. Omdat zij in burgerkleding waren werden zij samen met zes Apeldoornse verzetsmensen gefusilleerd. Ter afschrikking werden de lijken op 2 oktober 1944 in het centrum van Apeldoorn neergelegd met op hun borst een papier met het woord 'Terrorist' . Zercher werd begraven op Heidehof; zijn stoffelijk overschot werd later overgebracht naar de erebegraafplaats Neuville-Condroz in België.

Op diezelfde 29e april stortten nog twee Amerikaanse B-24 Liberator bommenwerpers neer in Uddel; de bemanningen waren er al uitgesprongen. Eén van de vliegers, 1e luitenant Moore, kon met hulp van het verzet lang uit handen van de Duitsers blijven, maar werd op 2 oktober alsnog gearresteerd en op 2 december met een aantal Nederlanders op de Koning Willem III- kazerne doodgeschoten.

Ook stortte die dag een Engelse jager neer. Samen met zes andere Spitfires was deze jager in gevecht geraakt met een Duitse jager boven vliegveld Deelen. De Duitse piloot was zeer ervaren en hij wist twee van de Engelse jagers te neer te schieten, voordat hij een noodlanding moest maken. Eén van de Spitfires stortte neer aan de Krimweg ten zuiden van Beekbergen waarbij de piloot Roy Pullin het leven verloor.

Op 13 juni 1944 kwam in het Willemsbos langs de Hoog Buurloseweg een Engelse Lancaster neer. De piloot was John Kirton, de boordwerktuigkundige was James Coogan. In de maanden maart, april en mei hadden zij tientallen vluchten gemaakt en waren daarvan steeds veilig teruggekomen. In de nacht van 12 op 13 juni, op de terugweg van een bombardement op een raffinaderij in het Roergebied, werden ze boven Ugchelen aangevallen door een jager en in brand geschoten. Het vliegtuig stortte neer langs de Hoog Buurloseweg. Ook de overige bemanningsleden - navigator Jack Lochhead, bommenrichter Peter Andrewes, marconist Alfred Brazier, boordschutter Cecil McClean en boordschutter Frederick Spencer - sneuvelden daarbij.

In de avond van 23 september vlogen weer twee grote formaties bommenwerpers over Apeldoorn richting Duitse grens. Helaas werd één van de bommenwerpers het slachtoffer van een Duitse nachtjager. De Lancaster stortte neer in de bossen van de Koninklijke Houtvesterijen op de Hoge Duvel. Zeven mannen - piloot Raymond Kerwin, bommenrichter Albert Ghisletta, boordschutter Francis Boyle, boordwerktuigkundige Frederick Baker, boordschutter Kenneth Clarke, marconist Ronald Newboult en navigator Vernon Hanmer - vonden daarbij de dood.

Na de invasie in Normandië en de opmars van de geallieerden in West-Europa voerden Engelse jagers steeds vaker gewapende verkenningen uit boven Oost-Nederland. Zij hadden het gemunt op Duitse verbindingen en transporten en voerden tegelijkertijd verkenningen uit. Een groep Engelse Typhoon jager/bommenwerpers ontdekte op 21 september 1944 een Duitse colonne op de Arnhemseweg en bestookten de voertuigen met hun raketten. Eén van de Typhoons werd door het afweervuur geraakt en stortte neer. De piloot, Bob Walker Lutz, kwam daarbij om het leven.

Op 3 november 1944 werd een lichte bommenwerper, een Mosquito, boven Apeldoorn door afweervuur neergeschoten. Dit vliegtuig stortte neer aan de Vossenweg. De piloot John McCrone en navigator Thomas Phippen kwamen daarbij om. John McCrone was al eens neergeschoten bij een aanval op een onderzeeër op de Atlantische Oceaan. Na vier dagen op zee te hebben rondgedreven werd hij toen gered.

Zaterdag 4 november was de RAF boven Apeldoorn weer actief. Tussen Assel en Ugchelen werd de spoorbaan gebombardeerd. Boven de stallen van Paleis Het Loo en de Loolaan doken Engelse Typhoons omlaag. Hun doelen waren de SS-legering in het noordelijke paviljoen van de Koninklijke Stallen en de bunker van Seyss Inquart aan de Loolaan. De Typhoons werden daarbij zwaar beschoten door het afweergeschut. Eén Typhoon werd geraakt en boorde zich in de grond De piloot, David Wallace, kwam daarbij om.

In de avond van 18 november werd een Engelse Mosquito boven Apeldoorn-Oost in zoeklichten gevangen en zwaar beschoten. Het toestel werd geraakt en stortte neer in de Wormensematen. De piloot Jack Beer en zijn navigator Ronald Fountain werden gedood.

Het overvliegen van een Amerikaanse B-17 bommenwerper op zondag 26 november 1944 is door veel Apeldoorners gezien. Na kerktijd die zondagmorgen kwam het vliegtuig heel laag en langzaam vliegend over Apeldoorn; alleen de buitenste bakboordmotor draaide nog. Acht bemanningsleden sprongen er uit. De piloot, Kyle S. Smith, bleef het vliegtuig besturen en voorkwam daardoor dat het vliegtuig in de bebouwde kom terecht zou komen. Het vliegtuig stortte neer in de kanovijver van het Boschbad, waarbij de piloot omkwam.

Terwijl de vliegers hangend aan hun parachutes daalden, werden ze beschoten. Eén van hen, Gustavo Contreras, werd gedood en twee anderen raakten gewond. 2e luitenant Kyle Smith en sergeant Gustavo Contreras werden enkele dagen later naast elkaar op Heidehof begraven.

Op 11 december 1944 en op 21 maart 1945 werden nog twee Spitfires bij een verkenningsvlucht neergeschoten: de eerste tussen Groenendaal en Terlet waarbij de Engelse piloot Daniel H. Over omkwam, de tweede in Loenen waarbij de Franse piloot Robert Etlin het leven verloor.

Begin 1945 gebruikten de Engelsen enkele verouderde Wellingtons om met speciale apparatuur aan boord de Duitse radioverbindingen af te luisteren. Op 23 maart vloog één van deze toestellen boven Apeldoorn. Het werd door het afweergeschut geraakt en kwam brandend neer bij de Koning Willem III- kazerne. Alle vijf de bemanningsleden - navigator Gerald Linnard, waarnemer Kenneth Bearcroft, piloot William Bennett, boordschutter Robert Jeffery en boordschutter Robert Sutherland - kwamen daarbij om.

Het laatste slachtoffer van de luchtoorlog boven Apeldoorn was Christopher Blundell-Hill. Op 1 april werd hij met zijn Mustang tijdens een fotoverkenning neergeschoten door Duits luchtafweergeschut. De Mustang stortte neer in een weiland bij de Egelweg. Pas de volgende dag werd het stoffelijk overschot van de piloot, op verzoek van omwonenden, uit het wrak gehaald en op Heidehof begraven.

Monumentenkaart

Via onderstaande button bekijk je de kaart met alle Apeldoornse monumenten.

Adopteer een monument

Op de website van het nationaal Comité 4 en 5 mei is alle informatie over het adopteren van oorlogsmonumenten te vinden.