Remembrance Day 2008

In de Angelsaksische- en vele andere landen worden op Remembrance Day de militairen herdacht die in oorlogen, conflicten en vredesoperaties zijn omgekomen of op een andere manier slachtoffer zijn geworden. Sinds de Eerste Wereldoorlog is dit een niet meer weg te denken traditie. Deze dag herinnert aan de ondertekening van de wapenstilstand van deze oorlog op 11 november 1918, waarmee een einde kwam aan een gruwelijke loopgravenoorlog die miljoenen slachtoffers heeft geëist.

Door het gedicht ‘In Flanders Fields’, de slagvelden van Vlaanderen, van de Canadese militaire arts John McCrae, is de poppy, een wilde klaproos, het symbool van Remembrance Day en het zichtbare teken om de gedachte aan de slachtoffers levend te houden. Voor Remembrance Day wordt sinds jaar en dag de zondag het dichtst bij 11 november aangehouden. Zo zijn wij vandaag hier bij het Nationaal Canadees Bevrijdingsmonument bijeen om de ruim 7000 Canadese militairen te gedenken die in de Tweede Wereldoorlog in ons land zijn gesneuveld en hun leven gaven voor onze vrijheid.

Het is weliswaar 63 jaar geleden dat Nederland is bevrijd, maar hun offer is niet en mag nooit worden vergeten. Daardoor hebben wij sinds het einde van de oorlog in Nederland in vrede en vrijheid kunnen leven, onze eigen keuzes kunnen maken en kunnen zeggen en schrijven wat wij dachten.

We, the other Dutch, are still very thankful for our liberation by Allied forces.  American, British, Polish and some French soldiers and airmen battled German forces on our soil and in our airspace. But the Canadian Armed forces made most of the effort to defeat the Germans in our country. More than a hundred thousand Canadian military fought more than 6000 kilometres from their country. More than 7000 were killed, and even more were wounded. Thanks to them we live in a free and democratic country with freedom of speech and movement. Our thoughts today are with those brave men and women who gave their life for our sake or came home disabled.

It is great to see [so many] active Canadian military men [and women] standing in front of the National Canadian Liberation Monument. Your presence today underlines the long-lasting good relations and friendship between Canada and the Netherlands.  As you may know Her Royal Highness Princess Margriet not only unveiled this monument in the year 2000, but also its image in Ottawa. The two hats, are amongst others, symbol for: death and life, joy and grief, peace and war, welcome and farewell and of course Canada and The Netherlands. Two countries, at this very moment fighting a war against insurgents in Afghanistan to restore peace to allow the Afghans to rebuild their nation, introduce law and order, to live in peace like we do here in the Netherlands and in Canada. Today we commemorate too the Canadian and Dutch soldiers who were killed in action, who gave their lives for that cause.

I will continue in Dutch.

In oktober 1944, tijdens hevige gevechten om de toegang naar de Antwerpse haven via de Westerschelde, vielen op Walcheren en Zuid Beverland veel Canadese slachtoffers. De Antwerpse haven was dringend nodig om de verbindingslijnen drastisch te verkorten om zo de haperende logistieke ondersteuning van de geallieerde legers in Noord West Europa te verbeteren.

Ook in februari 1945 kwamen veel Canadese militairen om het leven bij gevechten ten oosten van Nijmegen en Arnhem. De overgangen over de grote rivieren, zoals de Rijn, moesten worden bevochten om niet alleen de aanval op Duitsland voort te kunnen zetten, maar ook om het Midden, – Westen en Noorden van ons land te bevrijden. Haast was geboden, omdat de bevolking vooral in het Westen van ons land leed onder een schrijnend tekort aan voedsel.

De Canadezen rukten op tot de Grebbelinie en daar kon het bestand worden gesloten dat de operatie Manna, de voedselverstrekking aan de hongerende Nederlandse bevolking, mogelijk maakte. 5 mei capituleerden de Duitsers onvoorwaardelijk.

Vandaag wil ik stilstaan bij twee verhalen uit de laatste dagen van de oorlog in Apeldoorn. Ik neem u mee terug in de tijd naar zaterdagmiddag 14 april 1945. Canadese troepen waren uit het oosten opgerukt tot aan de rand van de toenmalige bebouwing en zij hadden ’s morgens vroeg tevergeefs geprobeerd overgangen over het Apeldoorns kanaal in handen te krijgen. Eén van die acties, een aanval met tanks en infanterie uit de omgeving van De Tol op de Deventerbrug, was door de Duitsers afgeslagen. De Canadezen hadden daarbij twee tanks verloren en er waren gewonden gevallen. ’s Middags werd er krijgsraad gehouden in de villa Laag Buurlo, vlak bij de huidige kinderboerderij. Luitenant Reardon van de First Hussars was bij die bespreking aanwezig, samen met kapitein Sims van het Royal Canadian Regiment. De Duitsers hadden lucht gekregen van deze bespreking en namen de villa onder vuur. Beide Canadese officieren kwamen daarbij om het leven. Zij liggen begraven op de Canadese begraafplaats in Holten. Van luitenant Reardon wisten wij niets meer dan zijn naam, voorletters, zijn regiment en de dag waarop hij was gesneuveld. De voorzitter van de stichting bevrijding maakte daar vorig jaar in zijn toespraak melding van: wie was deze Canadees? Waar kwam hij vandaan? Had hij wellicht als vrijwilliger dienst genomen onder een andere naam of had hij gelogen over zijn ware leeftijd?

Hoe dan ook, de familie Schoot-Uiterkamp heeft jaren lang bij het graf van de onbekende Joe Reardon in Holten bloemen gelegd. Er is contact geweest met een neef van Reardon, maar die wist niets van de omstandigheden waaronder zijn oom om het leven was gekomen. Deze Nederlandse familie heeft tot op de dag van vandaag aandacht geschonken aan deze onbekende Canadees en zij verdienen het om daar eens voor in het zonnetje te worden gezet, zeker omdat zij ook de graven van soldaat Ronald Dorherty uit New Brunswick en luitenant Walter Westwood uit Montreal hebben geadopteerd.

Door een gelukkig toeval dook de naam van Reardon op in een verzameling krantenartikeltjes uit de Tweede Wereldoorlog in een lokale Canadese krant die op het internet waren geplaatst. Door het combineren van stukjes informatie uit Nederland en Canada was er voldoende basis om gericht navraag te kunnen doen bij Archives and Library Canada en zo is nu alles over Joe Reardon bekend. Dat hij op 15 juli 1918 werd geboren in Saint Croix, New Brunswick, hoe hij als huzaar naar Engeland ging, daar een opleiding tot onderhoudsmonteur volgde, hoe hij in gunstige zin opviel en naar een officiersopleiding in Sandhurst werd gestuurd. Daar werd hij beoordeeld als zeer betrouwbaar en een harde werker. De moeite die hij had met tactiek en hoe hij dit onderwerp door zijn doorzettingsvermogen toch onder de knie kreeg.

En, tenslotte, hoe hij als luitenant bij de First Hussars vlak voor de bevrijding in Apeldoorn sneuvelde. Komend jaar kunnen wij de kinderen van groep 8 van de OBS De Bundel het hele verhaal van Joe Reardon vertellen en een foto van hem in uniform laten zien.

 

Naast dit verhaal met een tragische afloop is er ook een verhaal met een ‘happy end’ te vertellen. Archie Gunn, soldaat bij het Royal Canadian Army Service Corps, verloor in Apeldoorn het zilveren polsbandje met zijn naam, registratienr en regimentsembleem, dat hij bij zijn dienstneming van zijn ouders cadeau had gekregen. Of het in de laatste dagen van de oorlog of misschien kort na de bevrijding van Apeldoorn verloren is gegaan, weten we niet.

Wat we wel weten is dat het polsbandje jaren geleden werd gevonden door de heer Mulder bij het omspitten van de tuin van zijn toen net gekochte huis aan de Zwolse Binnenweg. Het bandje zag er vies en onooglijk uit en het belandde in zijn schuurtje. Toen hij na zijn pensionering zijn schuur ging opruimen, kwam hij het polsbandje weer tegen, maakte het schoon en zag dat om het een echt zilveren bandje ging. De heer Mulder is aan de slag gegaan om te proberen het bandje terug te bezorgen bij de familie Gunn. Er zijn e-mails naar Veterans Affairs en naar veteranen van het RCASC gestuurd, en jawel, de familie Gunn kon worden getraceerd in Sault Saint Marie, een dubbelstad aan weerszijden van de Amerikaans-Canadese grens. Dank zij de inspanningen van heer Mulder kon een Canadese familie gelukkig worden gemaakt. Het is jammer dat Archie Gunn de terugkeer van het polsbandje zelf niet meer heeft kunnen meemaken. Maar zijn familie was dolblij.

De dochter van Archie Gunn, Judy, zei daarover in de Sault Star: “Mr. Mulder knew that it needed to be returned to Canada and to Archie or his family. This story has touched our hearts. It’s just wonderful to see it, to have it and to know that he wore it.’ Waarvan acte.

Is het belangrijk dat wij zoveel jaar na de oorlog nog energie steken in dit soort zaken, het uitzoeken van de omstandigheden waaronder een Canadese militair om het leven kwam of het terugbezorgen van persoonlijke eigendommen? Ja, dat is belangrijk voor Canadese families, die vaak nauwelijks een idee hebben onder welke omstandigheden hun vaders of grootvaders in de oorlog in Europa hebben moeten dienen. Het is hartverwarmend om in dit soort gevallen de reacties uit Canada te mogen vernemen.

Maar er is meer, en van groter belang, denk ik. Wij mogen nooit vergeten wat die Canadese militairen toen voor ons hebben gedaan. De gedachte, dat Canadese militairen hun leven hebben gegeven of voor het leven invalide zijn geworden voor onze vrijheid verdienen voor altijd een plek in ons hart. Wij zijn te veel geneigd om vrijheid als iets vanzelfsprekends te beschouwen, iets wat er altijd is geweest. Ja, voor Nederland geldt dat al heel veel jaren. Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te kunnen zien hoe vrijheid en vrede in andere landen wordt vertrapt en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, op de vlucht, in kampen, zonder eten of drinken.

Het is daarom zo belangrijk dat zoveel jongeren van verschillende scholen hier vandaag aanwezig zijn. Zoals jullie zien is er een plechtigheid om de opofferingen van onze bevrijders van toen te gedenken en dat is heel goed. Enkele keren per jaar worden wij allemaal, jong en oud, weer geconfronteerd met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat wij er aan moeten blijven werken om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven.

Zo worden vandaag ook de Canadese militairen herdacht die in afgelopen jaren in Afghanistan tijdens hun missie om het leven zijn gekomen. In de International Security Assistance Force werken in Zuid Afghanistan Canadese en Nederlandse militairen nauw met elkaar samen. Meer dan 5000 km van huis en onder moeilijke omstandigheden steken ook hier militairen, met gevaar voor eigen leven, de helpende hand uit om de bevolking veiligheid te bieden en wederopbouw mogelijk te maken.

Wij kunnen alleen maar dankbaar zijn, dat wij al 63 jaar in ons land in vrijheid kunnen leven én dat er vrijheid van meningsuiting en godsdienst bestaat. We worden niet dagelijks geconfronteerd met armoede en onzekerheid maar kunnen genieten van de goede dingen van het leven.

Met groot respect denken we dan ook aan die Canadezen die het grootste offer hiervoor gaven: hun leven.

‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.