Remembrance Day 2009

Wij zijn hier vandaag bij elkaar op een plek, die na Koninginnedag 2009 een bijzondere lading heeft gekregen. Na de aanslag hebben heel veel mensen hier bloemen neergelegd om de slachtoffers te gedenken. Zonder die tragische gebeurtenis en de nasleep daarvan weg te willen denken, zijn wij hier vandaag om een andere reden: Remembrance Day.

In de Angelsaksische landen worden op deze dag alle militairen herdacht die in oorlogen, conflicten en vredesoperaties zijn omgekomen. Remembrance Day, de zondag het dichtst bij 11 november, is een sinds de Eerste Wereldoorlog niet meer weg te denken traditie. Op 11 november 1918 kwam er door de ondertekening van de wapenstilstand een einde aan die gruwelijke oorlog die miljoenen slachtoffers heeft geëist. Door het gedicht ‘In Flanders Fields’ van de Canadese militaire arts John McCrae, is de poppy, een wilde klaproos, hèt symbool van Remembrance Day en het zichtbare teken om de gedachte aan de slachtoffers levend te houden.

Bij eerdere herdenkingen zijn voorbeelden aangehaald van Canadezen, die zijn gesneuveld bij de bevrijding van ons land, toen het einde van de oorlog in zicht was en het duidelijk was geworden dat Duitsland de oorlog zou gaan verliezen.

Vandaag wil uw aandacht vragen voor Canadezen, die al veel eerder hun leven verloren. Ik neem u mee terug naar het jaar 1942. Het is de periode dat de slagzin ‘Duitsland wint op alle fronten’ nog opgeld doet. De enige mogelijkheid die Engeland heeft om iets terug te doen, is het bombarderen van doelen in Duitsland. Helaas laat de nauwkeurigheid door gebrekkige navigatiehulpmiddelen nog veel te wensen over en het effect op de Duitse oorlogsindustrie is minimaal. Maar voor het moreel van de door de ‘Blitz’ geteisterde Engelse bevolking zijn de bombardementen van groot belang. In de RAF dienen intussen ook militairen uit andere landen, waaronder veel Canadezen.

In de nacht van zondag op maandag 9 maart 1942 wordt een grootscheepse aanval op Essen uitgevoerd. Eén van de bommenwerpers, een 4-motorige Stirling, vliegt vooraan in de formatie en is uitgerust met GEE, een nieuw navigatiehulpmiddel dat werkt met radiobakens. Daarom is er een extra man aan boord, de Canadese Flight Sergeant William Cross uit Ontario. Om 2 uur ’s nachts passeert de formatie bommenwerpers de kust bij Egmond, de Duitsers merken dat op en alarmeren hun luchtafweer. Boven de Veluwe lost de bewolking op en zoeklichten tasten de hemel af. De ‘bomber stream’ vliegt pal over Apeldoorn, het is intussen helder en de luchtafweer heeft de juiste vlieghoogte gekregen van de radar. Een batterij die staat opgesteld in de omgeving van Beekbergen opent tegen drieën het vuur en de Stirling vliegt er recht in, vat vlam en raakt in een duikvlucht. Laag bij de grond krijgt de vlieger het toestel enigszins onder controle, maar dan breekt de brandende vleugel af en het vliegtuig stort neer in het Schalterbos. De hele bemanning komt om het leven, evenals William Andrew Cross, die als eerste Canadees sneuvelt op Apeldoorns grondgebied. Wrange bijkomstigheid is dat de aanval op Essen een mislukking blijkt: ‘De resultaten waren teleurstellend’ zegt het RAF rapport vergoelijkend.

Een ander verhaal: op woensdag 13 januari 1943 start om 1630 een 4-motorige Lancaster bommenwerper met een ervaren bemanning; verschillende bemanningsleden zijn aan hun 2e tour van 30 bombardementsvluchten bezig. Bommenrichter is de 28-jarige Canadese pilot officer David M. Crozier, afkomstig uit Walkerton, Ontario. Weer is het doel Essen. We kunnen alleen maar gissen wat er onderweg naar Essen is gebeurd; in het squadron logboek staat: ‘Nothing heard after leaving base’.

Om twintig voor acht nadert een vliegtuig uit zuidoostelijke richting laag over het Willemsbos Hoog Soeren; de motoren lopen onregelmatig en het toestel is kennelijk in moeilijkheden. Maar er is ook een tweede vliegtuig te horen, een Duitse nachtjager. Ooggetuigen vertellen: we hoorden hevig schieten in de lucht en gingen naar buiten. Tegen de heldere sterrenhemel zagen wij een groot vliegtuig; er werd uit alle macht met boordmitrailleurs gevuurd op de nachtjager. De jager koos positie achter de bommenwerper en nam die onder vuur. Een hevige explosie was het gevolg, en brandende stukken vlogen door de lucht. Toen werd het stil… Op de hei tussen Hoog Soeren en Assel was alleen een vuurgloed zichtbaar. Deze crash kost alle 7 bemanningsleden het leven en zo sneuvelt Dave Crozier als tweede Canadees in de omgeving van Apeldoorn.

Anders dan later in de oorlog moet het voor deze jonge mannen een verschrikkelijke opgave zijn geweest om keer op keer te worden ingezet voor gevaarlijke bombardementsvluchten in de wetenschap dat statistisch maar één op de drie de ‘tour’ van dertig vluchten zou volbrengen en dat het resultaat van hun inzet bovendien vaak ver te zoeken was. Zonder iets af te willen doen aan de prestaties van andere Canadezen denk ik dat deze jonge mannen, die in deze fase van de oorlog hun leven hebben gewaagd en in veel gevallen hebben verloren, onze bijzondere aandacht verdienen.

Is het belangrijk dat wij zoveel jaar na de oorlog nog terugdenken aan de omstandigheden waaronder Canadese militairen om het leven kwamen? Ja, dat is belangrijk voor ons, wij die vaak nauwelijks een idee hebben onder welke omstandigheden Canadezen in de oorlog in Europa hebben moeten dienen. En het houdt ons bij de les als het gaat over de ellende, het verdriet, de ontreddering die elke oorlog met zich meebrengt. Maar van nog groter belang is dat wij nooit mogen vergeten wat die Canadese militairen toen voor ons hebben gedaan. De gedachte, dat Canadese militairen hun leven hebben gegeven of voor het leven invalide zijn geworden voor onze vrijheid verdient voor altijd een plek in ons hart. Vrijheid vinden wij vanzelfsprekend, iets wat er altijd is geweest. Ja, voor Nederland geldt dat al heel veel jaren. Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te kunnen zien hoe vrijheid en vrede in andere landen wordt vertrapt en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, op de vlucht, in kampen, zonder eten of drinken.

Daarom is het zo belangrijk dat zoveel jongeren van verschillende scholen hier vandaag aanwezig zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij de opofferingen van onze bevrijders van toen worden herdacht en dat is heel goed. Zo worden wij allemaal, jong en oud, weer geconfronteerd met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat wij er aan moeten blijven werken om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven.

Zo herdenken wij vandaag ook de Canadese militairen die in Afghanistan tijdens hun missie om het leven zijn gekomen. In de International Security Assistance Force werken in Zuid Afghanistan Canadese en Nederlandse militairen met elkaar samen. Ver van huis en onder moeilijke omstandigheden steken ook hier militairen, met gevaar voor eigen leven, de helpende hand uit om de bevolking veiligheid te bieden en wederopbouw mogelijk te maken.

Wij kunnen alleen maar dankbaar zijn, dat wij al 64 jaar in ons land in vrijheid kunnen leven. We worden niet dagelijks geconfronteerd met gevaar, armoede en onzekerheid maar kunnen genieten van de vrede en een rustig bestaan.

Met groot respect denken we dan ook aan die Canadezen die het grootste offer hiervoor gaven: hun leven.

‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.