Remembrance Day 2010

Wij zijn hier vandaag bij elkaar voor Remembrance Day, op een plek, die na de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009 een bijzondere lading heeft gekregen. Na de aanslag hebben heel veel mensen hier bloemen neergelegd om de slachtoffers te gedenken.

Op Remembrance Day worden in de Angelsaksische landen alle militairen herdacht die in oorlogen, conflicten en vredesoperaties zijn omgekomen. Remembrance Day, de zondag het dichtst bij 11 november, is een sinds de Eerste Wereldoorlog niet meer weg te denken traditie. Op 11 november 1918 kwam er door de ondertekening van de wapenstilstand een einde aan die gruwelijke oorlog die miljoenen slachtoffers heeft geëist. Door het gedicht ‘In Flanders Fields’ van de Canadese militaire arts John McCrae, is de poppy, een wilde klaproos, hèt symbool van Remembrance Day en het zichtbare teken om de gedachte aan de slachtoffers levend te houden.

Bij de bevrijding van ons land zijn 5.706 Canadezen gesneuveld. Bij dat getal kunnen wij ons nauwelijks een voorstelling maken van het leed dat daarmee gepaard is gegaan. Daarom haal ik enkele omgekomen Canadese militairen met naam en toenaam naar voren, zodat verliezen geen getal blijven, maar een naam krijgen en deel van het verhaal worden.

Vandaag vraag ik uw aandacht voor mannen, die hier in Apeldoorn, vlak voor de bevrijding hun leven verloren. Ik neem u mee terug naar april 1944. De opmars na de rivierovergang bij Gorssel op woensdag 11 april heeft de Duitsers teruggeworpen op Apeldoorn, maar de Canadezen hebben onderweg pijnlijke verliezen geleden. Op zaterdag 14 april staan de Canadese troepen nog ten oosten van het kanaal en voor de voortzetting van de aanval zijn overgangen over het Apeldoorns kanaal nodig. Het verzet heeft laten weten dat de bruggen niet worden verdedigd en dat zij die kunnen gaan bezetten. Er worden drieste plannen gemaakt om bruggen bij verrassing in handen te krijgen. Na een artilleriebeschieting van vijf minuten zullen tanks van de First Hussars een compagnie van het Royal Canadian Regiment steunen bij een verrassingsaanval op de Deventerbrug.

De eskadronscommandant van de 1st Hussars heeft geen goed gevoel bij het plan om met twee Sherman tanks vanaf De Tol met hoge snelheid op de brug af te rijden en die stormenderhand te veroveren. Hij twijfelt vooral aan de juistheid van de inlichtingen van het verzet.
Zijn twijfel blijkt helaas gegrond. Op weg naar de brug stuiten de tanks op een hindernis en worden beschoten met een Panzerfaust. Eén tank vliegt in brand, de chauffeur ziet geen kans meer om de tank te verlaten en komt om het leven. De pelotonscommandant, luitenant Mann, stapt over in de andere tank, die 50 m voor de brug ook wordt getroffen. De tankcommandant vindt daarbij de dood.

De aanval moet worden afgebroken, de tank rijdt terug in de richting van De Tol. Daar aangekomen vliegt ook deze tank in brand en botst in volle vaart op de overige, daar gereed staande Shermans. Drie zwaargewonden zijn het gevolg. De aanval is jammerlijk mislukt.

Het is een rampzalige dag voor de 1st Hussars: op deze 14e april sneuvelen bij gevechtsacties in Apeldoorn 5 man.

De tankchauffeur, die de dood vindt op de Deventerstraat, is de 28 jarige Lance corporal Wilfred Bowcott. Hij komt uit London, Ontario en komt uit een gezin met 4 broers en 5 zussen. Hij is sinds 1941 in dienst en net teruggekeerd van 9 dagen buitengewoon verlof in Engeland.
Zijn moeder krijgt eerst op 20 april bericht dat haar zoon wordt vermist en pas op 30 april komt het telegram aan met het bericht dat haar zoon is gesneuveld.

De gesneuvelde tankcommandant is wachtmeester Wesley Mc Keith, 23 jaar oud. Hij is 2½ jaar getrouwd met Eleanor Turner, woont in Regina, Saskatoon. Wesley was automonteur en heeft na zijn opleiding twee jaar als schietinstructeur in Canada gediend. Hij heeft daar genoeg van gekregen en zich vrijwillig gemeld voor ‘Service Overseas’ en hoopt pelotonswachtmeester te worden.
Zijn vrouw krijgt het fatale telegram met de tekst ‘killed in action in the European theatre of operations’ op 20 april.

De huzaren William Shaughnessy uit Lansing, Ontario en Donald Coville uit Fairfield East, Ontario sneuvelen bij andere gevechtsacties op die dag.

Van tankschutter Donald Coville weten we dat hij een boerenzoon was, uit Brocksville, Ontario, de jongste uit een gezin met 6 broers en één zuster. Op 27 april 1945 krijgt zijn moeder de gevreesde brief met de woorden: ‘It was with deep regret that I learned of the death of your son, Trooper Donald Willis Coville, who gave his life in the Service of his Country in the Western European Theatre of War on the 14th day of April, 1945’.

’s Middags laat luitenant Joe Reardon uit Black’s Harbour, New Brunswick, het leven bij een beschieting van een commandopost in de villa Laag Buurlo. Zo maar 5 slachtoffers op één dag, nog geen promille van alle voor onze vrijheid gesneuvelde Canadezen.

Is het belangrijk dat wij zoveel jaar na de oorlog nog stilstaan bij deze vijf Canadese militairen die op 14 april 1945 om het leven kwamen? Ja, het geeft ons een beeld van onze bevrijders en van de omstandigheden waaronder Canadezen in de oorlog in Europa hebben moeten dienen. En het houdt ons bij de les als het gaat over de ellende, het verdriet, de ontreddering die elke oorlog met zich meebrengt.

Vrijheid vinden wij vanzelfsprekend, iets wat er altijd is geweest. Ja, voor Nederland geldt dat al heel veel jaren. Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te kunnen zien hoe vrijheid en vrede in andere landen wordt vertrapt en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, op de vlucht, in kampen, zonder eten of drinken.

Daarom is het zo belangrijk dat zoveel jongeren van verschillende scholen hier vandaag aanwezig zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij de opofferingen van onze bevrijders van toen worden herdacht en dat is heel goed. Zo worden wij allemaal, jong en oud, weer geconfronteerd met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat wij er aan moeten blijven werken om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven.

Wij leven gelukkig al 65 jaar in volle vrijheid. We worden niet dagelijks geconfronteerd met gevaar, honger, armoede en onzekerheid maar kunnen genieten van de vrede en een rustig bestaan. In mei van dit jaar herinnerde het bezoek van oude Canadese veteranen in Apeldoorn ons weer aan onze bevrijding. De veteranen waren onder de indruk van onze dank en enthousiasme, na zoveel jaren, voor de bevrijding van ons land. Wij hebben hen gastvrij en dankbaar ontvangen. Samen met hen denken we met groot respect aan die andere Canadezen die het grootste offer voor onze vrijheid gaven: hun leven.

‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.