Remembrance Day 2012

Wij zijn hier vandaag bij elkaar op Remembrance Day zelf, op een bijzondere plek met twee monumenten: de Man met de twee hoeden, het nationaal Canadees bevrijdingsmonument en het herinneringsmonument voor de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009. Een derde element is de luistersteen, waar u met uw mobiele telefoon een hoorspel kunt beluisteren over de bevrijding en de geschiedenis van Apeldoorn in die tijd.

Remembrance Day, de dag waarop in Angelsaksische landen alle militairen worden herdacht die in oorlogen, conflicten en vredesoperaties zijn omgekomen, is een sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog niet meer weg te denken traditie. Op 11 november 1918 kwam er door de ondertekening van de wapenstilstand een einde aan die gruwelijke oorlog die miljoenen slachtoffers heeft geëist. Door het gedicht ‘In Flanders Fields’ van de Canadese militaire arts John McCrae, is de poppy, een wilde klaproos, hèt symbool van Remembrance Day en het zichtbare teken om de gedachte aan de slachtoffers levend te houden.

Bij de bevrijding van ons land hebben de Canadezen de hoofdrol gespeeld. Als gevolg daarvan zijn er 5.706 Canadese militairen gesneuveld. Dat getal is te groot om ons een voorstelling te kunnen maken van het leed dat daarmee gepaard is gegaan. Reden genoeg om enkele omgekomen Canadese militairen met naam en toenaam naar voren te halen, zodat verliezen geen getal blijven, maar een naam krijgen en deel van het verhaal worden. De Man met de twee hoeden staat hier in Apeldoorn en daarom vraag ik uw aandacht voor drie van de 5706 mannen, die hier in de onmiddellijke omgeving, vlak voor de bevrijding, hun leven verloren.

Ik neem u in gedachten mee terug naar april 1945. De opmars van de 1e Canadese Divisie na de rivierovergang bij Gorssel op woensdag 11 april heeft de Duitsers teruggeworpen op Apeldoorn. Daarbij hebben de Canadezen pijnlijke verliezen geleden. Op zaterdag 14 april vechten troepen van de 1e en 2e Brigade nog ten oosten van de stad, o.a. in het gebied dat wij nu Woudhuis noemen. De 2e Brigade zet daar een bataljon Frans Canadezen in, van het Royal 22e Régiment. Zonder afbreuk te doen aan de prestaties van de 48 Highlanders of Canada, die vaak worden afgeschilderd als de bevrijders van Apeldoorn, is het goed om te bedenken dat er veel meer Canadese eenheden voor de bevrijding van Apeldoorn zijn ingezet, waaronder dit Frans Canadese bataljon met een bever als regimentsembleem en met hetzelfde motto als de provincie Quebec: ‘Je me souviens’. Bij de Engels sprekende Canadezen staan deze soldaten bekend als de ‘Van-Doo’s’, een Engelse verbastering van ‘vingt deux’, het regimentsnummer.

 

Op 14 april doorschrijden de ‘Van-Doo’s’ (Royal 22me Regiment) de posities van een ander bataljon van de 2e Brigade, de Carleton & Yorks, aan het Weteringkanaal en vallen daarna met twee compagnieën de Duitse infanterie aan die zich in de bossen bij ‘Het Woudhuis’ ophouden. Er wordt verwoed gevochten om de vijand uit het bosgebied te verdrijven. Deze strijd neemt twee dagen in beslag door de onverwacht grote tegenstand die de Duitsers bieden. In de Canadese rapporten staan deze gevechten vermeld als ‘de strijd om de 5 wouden’. De Canadezen hebben na afloop 11 doden, 19 gewonden en 2 vermisten te betreuren… Over drie van die doden wil ik wat meer zeggen; zij kwamen op zaterdag 14 april bij gevechtsacties in ‘Het Woudhuis’ om het leven.

De luitenant, die daar omkomt, is de 23-jarige Jean Roland Laporte. Hij is de oudste zoon uit een gezin van vijf broers en twee zussen uit Montreal, de provincie Quebec. Hij is vertegenwoordiger in bouwmaterialen, hoopt ooit aannemer te worden en is in dienst sinds 17 juli 1942. In november 1942 begint hij als cadet aan zijn officiersopleiding en sluit die eind januari 1943 als luitenant af. Hij volgt een opleiding als pelotonscommandant en behaalt daar de hoogste waardering ‘Q1’. Eind juli komt hij aan in Engeland om daar met zijn mannen verder te worden getraind voor de strijd in Europa. Begin november scheept hij in en komt op de 18e aan in Italië waar hij tot januari 1945 meevecht tegen de Duitsers. Via Frankrijk gaat hij met de eenheden van de 1e Canadese Infanteriedivisie naar Nederland. Zijn peloton is betrokken bij de felle gevechten in het gebied van het Woudhuis. Op zaterdag 14 april sneuvelt hij, vlak voor de bevrijding van Apeldoorn. Zijn ouders krijgen daar pas op 27 april bericht van.

De tweede is soldaat 1e klas Alcide Charlebois, 20 jaar oud, uit Rouyn, een kleine stad in het noordwesten van Quebec. Hij is de tweede zoon uit een gezin van twee broers en drie zussen. Zijn vader heeft een boerenbedrijf waar Alcide sinds zijn schooltijd werkt. Het plan is dat hij het bedrijf later van zijn vader zal overnemen. Alcide maakt bij de keuring een uitstekende indruk; op termijn wordt hij geschikt geacht om onderofficier te worden. Als hij in juli 1943 wordt ingelijfd moet zijn vader het vee verkopen en het land braak laten liggen. Kort na de invasie wordt Alcide tijdens een gevechtspatrouille krijgsgevangen gemaakt, maar weet dezelfde dag nog te ontsnappen. Hij raakt aan zijn been gewond bij een mortierbeschieting op het vliegveld Carpiquet bij Caen en komt weer bij kennis in het hospitaal. Bij deze beschieting is zijn beste kameraad gesneuveld en hij krijgt last van gevechtsuitputting. Toch wil hij na ontslag uit het hospitaal terug naar de infanterie. Zo komt hij bij de ‘Van-Doo’s’ terecht en hij raakt op 14 april bij de gevechtsacties in Het Woudhuis weer gewond. Ditkeer loopt het slecht af: Alcide bezwijkt aan zijn verwondingen. Ook in dit geval duurt het tot 27 april voordat zijn ouders het verschrikkelijke nieuws te horen krijgen.

Het derde slachtoffer is soldaat Pantheleon Gosselin, oud 38 jaar en sinds september 1939 als vrijwilliger in dienst. Hij is het derde kind uit een gezin met dertien kinderen: zeven broers en vijf zussen. Hij is houthakker en afkomstig uit Saint Romain, een klein plaatsje in oost Quebec tegen de grens met Amerika aan.

In 1941 is hij even soldaat 1e klas, maar een paar keer onwettig afwezig zijn kost hem zijn strepen. Via Engeland komt hij in mei 1944 aan in Italië waar hij meevecht in de campagne tegen de Duitsers. De hele maand februari 1945 ligt hij in het hospitaal en daarom gaat hij pas in maart 1945 via Frankrijk naar Nederland. Ook hij sneuvelt in de omgeving van Het Woudhuis. Zijn familie hoort pas op 3 mei dat Panthaleon dood is.

 

Alle drie gesneuvelden krijgen een veldgraf in de omgeving van Apeldoorn en worden in 1946 herbegraven in Holten.

Is het belangrijk dat wij zoveel jaar na de oorlog nog stilstaan bij deze drie Canadese militairen die op 14 april 1945 sneuvelden? Ja, het geeft ons een beeld van hen als mens en van de omstandigheden waaronder Canadezen tijdens de oorlog in Europa hebben moeten dienen. En het houdt ons bij de les als het gaat over de ellende, het verdriet, de ontreddering die elke oorlog met zich meebrengt.

Wij leven gelukkig al 67 jaar in volle vrijheid. En vrede, dat vinden wij vanzelfsprekend, iets wat er altijd is geweest.
Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te kunnen zien hoe vrijheid en vrede in andere landen wordt vertrapt en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, op de vlucht, in kampen, zonder eten of drinken. Reden waarom de regering Nederlandse militairen inzet om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden voor een normaal leven.

Het is zo belangrijk dat zoveel jongeren van verschillende scholen hier vandaag aanwezig zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij de opofferingen van onze bevrijders van toen worden herdacht. Zo worden wij allemaal, jong en oud, weer geconfronteerd met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat wij ons moeten blijven inspannen om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

Daarom denken we met groot respect aan die Canadezen van toen die het grootste offer voor onze vrijheid gaven: hun leven. Maar ook aan al die militairen van na de oorlog die in vredesoperaties gewond zijn geraakt of zijn gesneuveld.

‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.