Remembrance Day 2013

Dit is een bijzondere plek, met twee monumenten: de Man met de twee hoeden, het nationaal Canadees bevrijdingsmonument en het herinneringsmonument voor de slachtoffers van de aanslag op Koninginnedag 2009. Hier staat ook de luistersteen, waar u met uw mobiele telefoon een hoorspel kunt beluisteren over de geschiedenis van Apeldoorn in april 1945.

Remembrance Day, de dag waarop in Angelsaksische landen alle militairen worden herdacht die in oorlogen, conflicten en vredesoperaties zijn omgekomen, is een niet meer weg te denken traditie. Op 11 november 1918 kwam er door de ondertekening van de wapenstilstand een einde aan de Eerste Wereldoorlog die miljoenen slachtoffers heeft geëist. Door het gedicht ‘In Flanders Fields’ van de Canadese militaire arts John McCrae, is de poppy, een wilde klaproos, hèt symbool van Remembrance Day geworden en het zichtbare teken om de gedachte aan de slachtoffers levend te houden.

Bij de bevrijding van ons land hebben de Canadezen de hoofdrol gespeeld en dat heeft 5.706 Canadese militairen het leven gekost. Dat getal is te groot om ons een voorstelling te kunnen maken van het leed dat daarmee gepaard is gegaan. Reden genoeg om enkele omgekomen Canadese militairen met naam en toenaam naar voren te halen, zodat verliezen geen getal blijven, maar een naam krijgen en deel van het verhaal worden. De Man met de twee hoeden staat hier in Apeldoorn en daarom vraag ik uw aandacht voor twee van de 5706 mannen, die hier in de onmiddellijke omgeving, vlak voor onze bevrijding, hun leven verloren.

Ik neem u in gedachten mee terug naar april 1945. De opmars van de 1e Canadese Divisie na de rivierovergang bij Gorssel op woensdag 11 april heeft de Duitsers teruggeworpen op Apeldoorn. Daarbij hebben de Canadezen pijnlijke verliezen geleden. Op zaterdag 14 april staan de Canadese troepen nog ten oosten van het kanaal en voor de voortzetting van de aanval zijn overgangen over het Apeldoorns kanaal nodig. Pogingen om bruggen bij verrassing in handen te krijgen, mislukken. Zondag 15 april gaat de strijd aan de oevers van het kanaal door, zonder veel succes. Over twee Canadezen die bij de gevechtsacties op deze zondag omkwamen, wil ik wat meer zeggen.

Als eerste noem ik Arthur Lanoue, in 1918 geboren in Windsor, Ontario. Hij komt uit een arm gezin van 4 broers en 6 zusters, zijn vader is al in 1935 overleden en het gezin heeft grote moeite om rond te komen. Arthur is lasser van beroep, trouwt in 1940 en krijgt een dochtertje. Hij neemt in juli 1942 dienst als huzaar verkenner en komt eind juni 1943 in Engeland aan waar hij verder wordt opgeleid. Maar in september 1944 verandert zijn militaire bestaan ingrijpend: hij wordt getraind als infanterist in ingedeeld bij het Royal Canadian Regiment. Met dat regiment vecht hij in Italië van november 1944 tot maart 1945. Dan wordt de 1e Canadese divisie verplaatst naar Nederland. Arthur maakt de opmars naar Apeldoorn mee en sneuvelt op 15 april 1945 op de oostelijke oever van het Apeldoorns kanaal.

De tweede is soldaat Richard Henry Anderson, die 1917 geboren wordt in Kennedy, Saskatchewan. Later woont hij met zijn ouders, drie broers en een zus, in St Thomas, Ontario. Hij neemt al in juni 1940 dienst bij het Elgin Regiment. Vanwege een hernia wordt hij eerst als kok/hofmeester ingezet. Hij trouwt in juli 1940, maar veel geluk is hem niet beschoren: zij vrouw sterft in april 1943 in het kraambed bij de geboorte van hun 2e kind, dat net als hun 1e kind, dood ter wereld komt. Intussen zijn alle drie broers zijn in dienst en zijn zwager sneuvelt als piloot bij de RCAF. Zijn hernia wordt geopereerd, hij herstelt voorspoedig en in augustus 1944 komt hij in Engeland aan. Ook hij wordt in oktober 1944 tot infanterist gebombardeerd. Net als Arthur Lanoue wordt hij bij het Royal Canadian Regiment geplaatst, ook hij vecht in Italië en is ook betrokken bij de verovering van Apeldoorn. Op zondag 15 april sneuvelt hij in de omgeving van het kanaal.

Het duurt het tot eind april voordat hun familie het verschrikkelijke nieuws te horen krijgen: ‘Killed in action in the Western European Theatre of Operations’.

De twee gesneuvelden krijgen een veldgraf bij de St. Josephstichting, het huidige GG-net,  in Apeldoorn en worden in 1946 herbegraven in Holten.

Maar Remembrance Day herdenkt ook de gesneuvelden van vredesoperaties en zo maken we de sprong naar de huidige tijd. Eén van hen was kapitein Nichola Goddard.

Nichola Goddard wordt geboren op 2 mei 1980 in Madang op Papoea Nieuw Guinea, als dochter van een Canadees onderwijzersechtpaar. Als vierjarige gaat zij terug naar Canada en woont in Saskatchewan, Baffin Island, Alberta en Nova Scotia. Zij volgt de Junior High School in Edmonton, Alberta en de High school in Antigonish. Haar hobby’s zijn langlaufen en de biatlon. Ze leidt met haar verloofde en latere echtgenoot Jason Beam een plaatselijke padvindersgroep, als zij beiden als cadet aan het Royal Military College in Kingston, Ontario studeren.

Kapitein Goddard dient bij het 1e Regiment Royal Canadian Horse Artillery. Zij komt in januari 2006 in Afghanistan aan – in deze tijd zijn ook Nederlandse troepen in Afghanistan actief. Op het moment van haar dood is Nichola Goddard als voorwaartse waarnemer bij Princess Patricia’s Canadian Light Infantry ingedeeld.
Hier keer ik even terug naar 1945; datzelfde regiment bevrijdde  op 16 en 17 april Oosterhuizen, Lieren en Beekbergen.

Nichola sneuvelt op 17 mei 2006 tijdens een tweedaagse operatie van Canadese en Afghaanse troepen om Kandahar te vrijwaren voor een mogelijke aanval van de Taliban. Tegen het einde van een dag felle strijd, waarbij Nichola artillerievuur laat afgeven en luchtsteun inzet, lijkt de Taliban zich terug te trekken. Maar als de troepen een Afghaanse nederzetting naderen, openen enkele tientallen in huizen verborgen militanten het vuur. Die hinderlaag wordt Nichola fataal: als waarnemer staat zij maar gedeeltelijk beschermd in haar pantservoertuig, dat door twee raketgranaten wordt getroffen.

Nichola is de eerste Canadese vrouwelijke militair die in een vuurgevecht sneuvelt.

Haar man Jason Beam is de eerste weduwnaar die het Memorial Cross ontvangt, dat van oudsher wordt uitgereikt aan weduwen en moeders van de Canadese gesneuvelden.

Is het belangrijk dat wij blijven stilstaan bij deze Canadese militairen die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog en meer recent in Afghanistan sneuvelden? Ja, het geeft ons een beeld van hen als mens en van de omstandigheden waaronder Canadezen tijdens oorlogen hebben moeten dienen. En het houdt ons bij de les als het gaat over de ellende, het verdriet, de ontreddering die elke oorlog met zich meebrengt.

Wij leven gelukkig al 68 jaar in volle vrijheid. En vrede, dat vinden wij vanzelfsprekend, iets wat er altijd is geweest.
Maar we hoeven maar naar het nieuws te kijken om te kunnen zien hoe vrijheid en vrede in andere landen wordt vertrapt en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, op de vlucht, in kampen, zonder eten of drinken. Reden waarom de regering Nederlandse militairen inzet om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden voor een normaal leven.

Daarom is het zo belangrijk dat zoveel jongeren van verschillende scholen hier vandaag aanwezig zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij de opofferingen van militairen voor vrede en vrijheid worden herdacht. Zo worden wij allemaal, jong en oud, weer geconfronteerd met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn en dat wij ons moeten blijven inspannen om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

Daarom denken we met groot respect aan de Canadezen die daar het grootste offer voor brachten: hun leven. ‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.