Remembrance Day 2016 

Voor de bevrijding van ons land, nu 71 jaar geleden, hebben 5.706 Canadese militairen het leven gelaten. Maar een verliescijfer op zich zegt niet zoveel. Daarom vertel ik het levensverhaal van drie gesneuvelde Canadese militairen, zodat verliezen geen getal blijven, maar beelden oproepen van mensen van vlees en bloed.

William Andrew Cross wordt op 29 juli 1914 geboren in Crescent Lake, Saskatchewan, als zoon van een Engelse vader en Zweedse moeder. Zijn vader verkoopt zijn boerderij en vestigt zich in Victoria B.C. William is een sportieve knaap: hij speelt rugby, voetbal, honkbal en zwemt. Na de high school gaat hij aan het werk als monteur bij een service station. Al in het begin van de oorlog, op 10 oktober 1940, neemt hij in Vancouver dienst bij de Canadese luchtmacht om tot piloot te worden opgeleid.
Op 14 mei 1941 trouwt hij in Victoria met Lois Myrtle Keeler.
Tijdens zijn vliegeropleiding presteert hij matig, maar hij is consciëntieus en een doorzetter. Zijn instructeurs zien in hem een ´bomber pilot´. Na zijn opleiding gaat hij naar Engeland waar hij wordt ingedeeld een RAF Squadron, van Bomber Command.
Hij wordt tot sergeant bevorderd op 4 mei 1941 en op 1 december 1941 is hij Flight Sergeant.

In de nacht van zondag op maandag 9 maart 1942 wordt een grootscheepse aanval op Essen uitgevoerd. Eén van de bommenwerpers, een 4-motorige Stirling, vliegt vooraan in de formatie en is uitgerust met GEE, een nieuw navigatiehulpmiddel dat werkt met radiobakens. Daarom is er een extra vlieger aan boord, Flight Sergeant William Cross. Om 2 uur ’s nachts passeert de formatie bommenwerpers de kust bij Egmond, de Duitsers merken dat op en alarmeren hun luchtafweer. Boven de Veluwe lost de bewolking op en zoeklichten tasten de hemel af. De ‘bomber stream’ vliegt pal over Apeldoorn, het is intussen helder en de luchtafweer heeft de juiste vlieghoogte gekregen van de radar. Een batterij in de omgeving van Beekbergen opent tegen drieën het vuur en de Stirling vliegt er recht in, vat vlam en raakt in een duikvlucht. Laag bij de grond krijgt de vlieger het toestel enigszins onder controle, maar dan breekt de brandende vleugel af en het vliegtuig stort neer. De hele bemanning komt om het leven. William sneuvelt als eerste Canadees op Apeldoorns grondgebied. Wrange bijkomstigheid is dat de aanval op Essen een mislukking blijkt: ‘De resultaten waren teleurstellend’ zegt het RAF rapport vergoelijkend.

Op 9 maart 1942 wordt William als vermist opgegeven, en het duurt tot 14 november voordat hij als gesneuveld te boek staat. Al die tijd leeft zijn familie tussen hoop en vrees. Hij ligt begraven op Heidehof in Ugchelen.

Hedley Bannan wordt geboren op 28 februari 1922 in St. Catharines, Ontario, als derde in een gezin van vijf kinderen met vier zussen. Hij doet veel aan sport. Hij werkt als schilder samen met zijn vader en hij wil dat na de oorlog voortzetten.
Op 4 september 1942 neemt hij dienst als huzaar in Hamilton, Ontario, en krijgt in september en november 1942 zijn basisopleiding in Fredericton N.B. In februari 1943 voltooit hij zijn opleiding tot tankschutter.
Op 20 februari 1943 trouwt hij met Betty Marie Meighen. Na zijn trouwverlof gaat hij op 26 maart scheep naar het Verenigd Koninkrijk, komt daar op 4 april  aan en wordt ingedeeld bij een aanvullingseenheid. Dat duurt tot juni.
Op 15 november 1943 maakt Hedley deel uit van een tankbataljon, 8th  (New Brunswick)  Princess Louise’s Hussars,  die het Verenigd Koninkrijk verlaten om te gaan vechten in Italië. Na de ontscheping gaat de opleiding verder en in januari van 1944 zijn ze klaar om te worden ingezet. Ze lijden onder de Italiaanse winter met veel regen, modder en kou, marcheren op door de Liri vallei en helpen bij het doorbreken van de Hitler – en de Gothic Line. Zij ontmoeten de sterkste weerstand bij Coriano Ridge in september 1944.

In februari 1945 verlaten zij Italië, en gaan via Marseille en België naar Nederland waar zij in april aankomen.

In de donkere, vroege uren van 15 april verplaatsen de huzaren naar Arnhem voor operatie Cleanser. In vier dagen moeten ze Arnhem zuiveren van de Duitsers en 30 mijl over de Veluwe oprukken tot aan het IJsselmeer.

’s Avonds wordt de tank van luitenant Horncastle die Hedley Bannan bestuurt, geraakt en de tank vliegt in brand. Hedley’s uniform vat vlam, de boegschutter en de schutter raken gewond . De Duitsers blijven de tank bestoken. Toch slagen vier bemanningsleden om eruit te komen, maar Hedley niet. Luitenant Horncastle ziet bij zijn tweede poging om terug te gaan in de tank dat hij dood is.

Hedley Bannan wordt eerst begraven in Oosterbeek op het Airborne kerkhof en later herbegraven in Groesbeek. Zijn ouders, vier zusters en zijn 20 jarige jonge vrouw overleven hem. Hedley Bannan is pas 23 jaar als hij op 15 april 1945 sneuvelt. De oorlog zou in minder dan een maand afgelopen zijn.

John Joseph ‘Jack’ Darwin wordt geboren op 27 september 1919 in Ottawa als tweede kind in een gezin dat vijf kinderen zou gaan tellen: een oudere zus en drie jongere broers. Hij gaat in Ottawa naar school tot zijn 14e en gaat daarna werken als klinknageljongen. In 1935 wordt hij koerier voor de Canadian Pacific Telegraph and Cable Company en brengt op zijn fiets telegrammen rond. In 1937 sterft Jack’s moeder; hij is dan net 18 en zijn jongste broertje is pas drie.

Als Duitsland Polen binnenvalt op 1 september 1939, meldt Jack zich onmiddellijk aan als vrijwilliger. Hij krijgt zijn basisopleiding bij de Cameron Highlanders in Ottawa en gaat met het eerste bataljon van dat regiment in juli 1940 naar Engeland. Hij maakt in augustus 1942 de noodlottige landing bij Dieppe mee, maar komt als een van de weinigen terug in Engeland. Daar wordt het bataljon weer op sterkte gebracht. In mei 1943 wordt hij sergeant-foerier en in november 1943 wordt hij bevorderd tot sergeant-majoor.

Begin juli 1944   komt Jack met de Cameron’s aan in Normandië. Hij maakt de opmars mee door België, neemt bij Breskens deel aan de bloedige gevechten om de Schelde in Nederland en wordt in Duitsland ingezet bij het Rijnland offensief.  De 16e januari 1945 is een rustige dag, vrijwel zonder gevechtshandelingen. Jack loopt een patrouille samen met zijn compagniescommandant. Hij raakt de struikeldraad van een Canadese valstrik. De handgranaat gaat af en Jack is dood. Compagnies sergeant-majoor John Joseph Darwin is 25 jaar oud als hij sneuvelt.

Het onheilstelegram van zijn dood bereikt de familie op 25 januari 1945.

Jack droeg tijdens de oorlog waardevolle spullen bij zich. Na zijn dood doet John’s vader een schriftelijk verzoek: “Als het mogelijk is zou ik graag een zegelring met diamant, zijn horloge en een schrijfset die ik hem gaf terugkrijgen, als zij al niet gestolen zijn voor hij is gestorven.”
Het is niet duidelijk of vader Darwin deze zaken ooit heeft teruggekregen.

Waarom staan stil wij bij deze Canadese militairen die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen? Waren het helden? Dat blijkt niet uit hun staat van dienst. Maar zij namen wel dienst om een eind te maken aan een oorlog die Europa meer dan vijf jaar zou teisteren en zo hielpen ze Nederland bevrijden.

71 jaar vrede en vrijheid. Dat hoort ook zo, vinden we. We zien in het nieuws wel dat in andere landen vrijheid en vrede absoluut niet vanzelfsprekend is, en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, te moeten vluchten, in kampen te verblijven, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, maar daar blijft het bij. Missies om daar een eind aan te maken zijn in Nederland op z’n zachtst gezegd niet populair.

Toch moeten we als rijk en welvarend land onze verantwoordelijkheid nemen en in internationaal verband onze militairen blijven inzetten om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden op een normaal leven. Canada en Nederland hebben in het verleden een aanzienlijke bijdrage aan vredesmissies geleverd, en moeten dat ook in de toekomst blijven doen.

Daarom is het erg belangrijk dat jongeren van verschillende scholen hier vandaag bij betrokken zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij het sneuvelen van militairen voor vrede en vrijheid wordt herdacht. Dat confronteert ons, jong en oud, weer met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn. Wij moeten ons blijven inspannen om andere mensen ook in vrede en vrijheid te kunnen laten leven. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

Daarom denken we met groot respect aan de Canadezen die voor onze vrijheid het grootste offer voor brachten: hun leven. ‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.