Remembrance Day 2017

Voor de bevrijding van ons land, nu 72 jaar geleden, hebben bijna 7000 Canadese militairen het leven gelaten. 5.712 van hen zijn ons land begraven. Maar een verliescijfer op zich zegt niet zoveel. Daarom vertel ik u het verhaal van drie gesneuvelde Canadese militairen, zodat verliezen geen abstract getal blijven, maar beelden oproepen van mensen van vlees en bloed.

 

Arthur Frew Guthrie wordt op 10 november 1914 geboren in Moose Jaw, Saskatchewan. Zijn vader sterft jong. Over zijn schooltijd is niet meer bekend dan dat hij een handelsopleiding volgt. Hij werkt eerst als magazijnchef kruideniersartikelen, later wordt hij vertegenwoordiger voor Colgate Palmolive.
In december 1941 trouwt hij met zijn Adelle.
Hij neemt op 1 juli 1942 in dienst in Regina, Saskatchewan en wordt bestemd voor het volgen van een officiersopleiding. Op 11 december 1942 wordt hij benoemd tot tijdelijk 2e luitenant. De opleiding gaat verder en eind juni 1943 is hij effectief 2e luitenant.
Voor het vertrek naar Engeland heeft hij nog een paar dagen verlof, hij scheept op 3 juni in en komt een week later in Engeland aan.
Begin juli 1943 wordt zijn zoon Arthur James geboren.

In Engeland gaat de opleiding verder, hij volgt diverse trainingen met goede beoordelingen: ‘een bekwaam officier, scherp, oplettend met een goed oordeel’. Bij de afsluitende tactische training scoort hij minder goed: eindbeoordeling voldoende, maar wel geschikt om een peloton in de strijd aan te voeren.
Op 3 september 1944 komt hij in Frankrijk aan. Na een paar weken in een aanvullingseenheid wordt hij op 21 september ingedeeld bij een bataljon van de Black Watch, het Royal Highland Regiment of Canada. De slag om de Schelde staat te beginnen en in deze minder bekende, maar o zo belangrijke operatie zullen de Canadezen gevoelige verliezen lijden.

Op vrijdag 13 oktober, bij een aanval in de omgeving van Hoogerheide over open terrein tegen een effectieve Duitse verdediging lijdt de Black Watch zodanige verliezen, dat zij vrijwel ophoudt te bestaan. Op deze ‘Black Friday’ is Arthur een van de dodelijke slachtoffers. Het duurt tot 9 november voordat de procedures richting nabestaanden zijn afgerond. Hij wordt in 1946 herbegraven in Bergen op Zoom.

William James Mennie wordt op 2 februari 1920 geboren in Aberdeen, Schotland. Hij is één van de drie kinderen van William Mennie. Zijn moeder Maggie sterft in 1925, 36 jaar oud. Daarna emigreert het gezin naar Canada, waar William’s vader later hertrouwt. William Mennie heeft een zus, Helen en een broer, George Alexander Mennie, die later in augustus 1944 zal sneuvelen, 22 jaar oud. William woont in Blacks Harbor, New Brunswick als hij op 13 februari 1939 in Saint John dienst neemt.

William Mennie wordt opgeleid als luchtdoelartillerist. Hij wordt eind september 1941 overgeplaatst naar St. John’s in Newfoundland en gedetacheerd bij de Royal Canadian Air Force. Op 11 november 1943 gaat hij naar Bedford, Nova Scotia voor een vervolgopleiding luchtafweer, gevolgd door trainingen in Halifax,  Windsor en Utopia, New Brunswick.
Daarna gaat hij naar Barryfield, Ontario, waar hij wordt omgeschoold tot radiotelefonist bij de infanterie. Daar is kennelijk meer behoefte aan dan aan luchtdoelartilleristen.
Op 7 maart 1944 William trouwt hij met Mercedes Anderson uit Pennfield Ridge, New Brunswick.
In november van dat jaar gaat hij scheep naar het Verenigd Koninkrijk waar hij op 5 december aankomt. Op 16 februari 1945 wordt hij naar het front gestuurd en bij een bataljon van het Carleton and York Regiment geplaatst, dat na de Italiaanse campagne zojuist in Nederland is aangekomen. William Mennie zal slechts 18 dagen bij deze eenheid dienen voor hij sneuvelt.

Het bataljon maakt deel uit van de 1e Canadese Infanteriedivisie, die na een rivierovergang over de IJssel bij Gorssel op 11 april 1945 de Veluwe op de Duitsers moet veroveren. De Carltons marcheren met steun van tanks op uit het bruggenhoofd bij Wilp via Wilp Achterhoek tot aan de Grote Wetering. Daar neemt op 13 april een Frans Canadees bataljon het van hen over.

De Carltons rukken op 14 en 15 april, net noord van de huidige A1, verder op tot aan het Apeldoorns Kanaal.

Omdat Duitse troepen zich uit Apeldoorn hebben teruggetrokken wordt er geen verzet geboden zodat het kanaal al voor 20:00 uur kan worden overgestoken. Omstreeks elf uur ’s avonds heeft de genie een Baileybrug geslagen. Terwijl andere bataljons hun opdrachten uitvoeren zetten de Carltons de aanval voort en maken een groot aantal krijgsgevangen. Op 19 april stuit men af en toe op weerstand, maar vervolgt de opmars en maakt weer krijgsgevangenen.

Op 20 april zuivert het bataljon negen dorpen en een deel van het dorp Ham, waar ze op machinegeweer – en antitank vuur stuiten. Alle zijwegen worden verkend en die blijken aangelegd met kinderkopjes. Sommige stenen zijn weggehaald en teruggeplaatst waardoor de verdenking rijst dat er mijnen onder liggen. De verliezen zijn licht: één gewonde en één dode: William James Mennie, 25 jaar oud.
Hij wordt begraven op de RK begraafplaats bij de kerk in Langenoord en later herbegraven op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.
Twee maanden na zijn dood wordt zijn zoon William James Alexander Mennie geboren.

Loren Nelson wordt in 1926 geboren op een boerderij bij Sprague, Manitoba. Hij heeft een oudere broer Evert en na hem worden nog een zoon en een dochter geboren. Het is een hecht gezin. Na zijn schooltijd wordt Loren timmerman. In zijn vrije tijd helpt hij zijn vader en zijn broers op de boerderij. Begin 1944 melden Evert en Loren zich aan voor het leger. Evert wordt afgekeurd en Loren, nauwelijks 18 jaar oud, wordt ingelijfd.
Loren krijgt zijn basisopleiding in Winnipeg. Hij gaat hij nog twee keer terug naar de boerderij voor familiebezoek voordat hij op 4 oktober vertrekt naar Engeland. Hij is daar maar kort, op 4 november vertrekt hij naar het front.
Loren wordt op 8 november 1944 in Vlijmen bij een bataljon van het Lincoln and Welland Regiment ingedeeld dat grote verliezen heeft geleden in de slag om de Schelde.
Rond deze tijd arriveren er veel aanvullingen en op 11 november is het bataljon weer op sterkte. Het bataljon bewaakt de zuidoever van de Maas bij Vlijmen, het Duitse leger bezet de noordelijke oever. Eind januari vindt de bloedige slag om het Kapelsche Veer plaats die alleen maar verliezen oplevert. Loren overleeft deze beproeving. Ook nu moeten aanvullingen verliezen goedmaken en worden getraind voordat de ‘Lincs’ weer kunnen ingezet.
Die inzet volgt eind februari: de ‘Hochwald Gap’ moet worden doorbroken. De Duitsers verdedigen hun eigen grondgebied met hand en tand. Weer worden zware verliezen geleden voordat de ‘Gap’ in Canadese handen is en de opmars kan worden voortgezet.

In maart krijgt het bataljon even rust en Loren brengt een paar verlofdagen door in Brussel.

Daarna volgt er begin april inzet in Nederland bij het Twentekanaal. De krijgskansen beginnen te keren en de Duitsers trekken terug.

Op 7 april wordt de opmars naar Oldenburg ingezet. Op weg daarheen, in de omgeving van Werlte, stuiten de Canadezen weer op hevige tegenstand. Hier is het krijgsmansgeluk van Loren op; hij sneuvelt en wordt ter plaatse begraven. In januari wordt hij herbegraven in Holten.

Waarom staan stil wij bij deze Canadese militairen die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen? Waren het helden? Dat blijkt niet uit hun staat van dienst. Maar zij namen wel dienst om een eind te maken aan een oorlog die Europa meer dan vijf jaar zou teisteren en zo hielpen ze Nederland bevrijden.

72 jaar vrede en vrijheid, de gewoonste zaak van de wereld, vinden wij. We zien op tv wel dat in andere landen vrijheid en vrede absoluut niet vanzelfsprekend is, en hoe erg het is om onder oorlogsomstandigheden te moeten overleven, te moeten vluchten, in kampen te verblijven, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, maar daar blijft het bij. Missies om daar een eind aan te maken zijn in Nederland op z’n zachtst gezegd niet populair.

Toch moeten we als rijk en welvarend land onze verantwoordelijkheid nemen en in internationaal verband onze militairen blijven inzetten om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden op een normaal leven. Canada en Nederland hebben in het verleden een aanzienlijke bijdrage aan vredesmissies geleverd, en moeten dat ook in de toekomst blijven doen.

Daarom is het erg belangrijk dat jongeren van verschillende scholen hier vandaag bij betrokken zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij het hoogste offer van militairen voor vrede en vrijheid wordt herdacht. Dat confronteert ons, jong en oud, weer met het feit dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn. Wij moeten ons blijven inspannen voor vrede en vrijheid in landen waar dat niet zo gewoon is als bij ons. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

Daarom denken we met groot respect aan de Canadezen die voor onze vrijheid hun leven gaven. ‘We will remember them’. Wij zullen ze niet vergeten.