De Slag om de Schelde is één van de grootste operaties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Britse, Canadese en Poolse troepen hebben de opdracht de Westerschelde, de vaarweg naar Antwerpen, te veroveren op de Duitsers. De Antwerpse havens zijn voor de geallieerden van cruciaal belang voor de aanvoer van troepen en materiaal. Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Beveland, Walcheren en west Noord-Brabant vormen in het najaar van 1944 het toneel van een ongekende strijd.

Bij de Slag om de Schelde verliezen de Canadezen 6.367 man: gedood, gewond en vermist. Waarom staan stil wij bij de Canadezen die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen voor onze vrijheid? Waren het helden? Dat blijkt niet uit hun staat van dienst. Maar zij maakten wel een bewuste keus, namen dienst om een eind te maken aan een oorlog die Europa meer dan vijf jaar zou teisteren. Zij aanvaardden de consequenties van hun keus en deden hun plicht.
Over twee van die Canadezen wil ik meer vertellen zodat achter kille verliescijfers mensen van vlees en bloed verschijnen.

Romeo Paul Tremblay is op 24 juli 1920 in Ottawa, Ontario geboren.

Zijn vader werkt bij de spoorwegen.
Het Frans-Canadese gezin heeft 8 kinderen, Romeo is het 3e kind met 2 oudere- en 3 jongere zussen en 2 jongere broers. Romeo spreekt vloeiend Frans en Engels en doet aan sport: rugby, ijshockey, basketbal. Bijzonder is dat hij ook slee- en politiehonden traint.

Romeo voltooit zijn opleiding als 19-jarige. Dan is hij gediplomeerd technisch ontwerper. In zijn studietijd dient hij in deeltijd als vrijwilliger 20 maanden bij de genie, tot 1938. Na zijn schooltijd werkt hij 4 maanden als kolenschepper bij de spoorwegen. Het liefst wil hij gaan werken als ontwerper of elektricien.

Op 24 juni 1940 meldt hij zich in Ottawa aan bij het Canadese leger. Hij dient bij de infanterie, de Governor General’s Foot Guards in Sussex, New Brunswick van juni 1940 tot februari 1942. Hij wordt op 11 augustus 1941 bevorderd tot Lance Corporal.
In februari 1942 worden de Foot Guards omgevormd tot een tankeenheid. Opleiding en training duren tot oktober 1942; dan vormen de Foot Guards 21 Canadian Armoured Regiment. Op 18 april 1942 wordt Romeo wegens dronkenschap gedegradeerd tot Guardsman. Op 19 september 1942 is hij lader op een tank.
Vanaf oktober 1942 is Romeo in Engeland. In november 42 ziet men hem als een mogelijke kandidaat voor een officiersopleiding. In december 1943 is hij tankschutter. Op 5 juni 1944 wordt hij weer bevorderd tot Lance Corporal.

Op 22 juli 1944 landt Romeo in Frankrijk en hij maakt de geallieerde opmars door Frankrijk en België mee.
Tijdens operatie Suitcase, de beveiliging van de oostflank van de Slag om de Schelde, worden de Foot Guards ingezet in West-Brabant en leveren strijd bij Putte, Wouwse Plantage, Heerle, Moerstraten en Steenbergen.

Bij gevechtsacties in de omgeving van Moerstraten op 29 oktober 1944 is Romeo tankcommandant. Het dorp naderend ondervinden ze, behalve onophoudelijk artillerievuur, geen tegenstand totdat ze bij Diefhoek komen. Daar openen verschillende antitank kanonnen het vuur.

De tankers manoeuvreren handig en de Shermantank van Romeo kan een antitank kanon uitschakelen. De overige tanks van het eskadron rukken via de flanken op om deel te nemen aan het vuurgevecht. Zo wordt een 2e antitank kanon uitgeschakeld en de Duitsers trekken terug. Er is een Sherman uitgeschakeld, maar de bemanning is ongedeerd.

Moerstraten wordt hardnekkig verdedigd en daarom krijgt het eskadron opdracht om het dorp te omtrekken en het schoonvegen over te laten aan de infanterie. De commandant van het voorste peloton beseft dat het terrein rond Moerstraten onbegaanbaar is waardoor een omtrekkende beweging onmogelijk is.
Het peloton neemt de hoofdstraat, vurend met alle wapens, in een verwarrende toestand van stof, gruis en lichtspoormunitie terwijl granaten exploderen en de vijand handgranaten gooit uit de huizen langs de route. De tanks breken door aan de westkant en verspreiden zich op open terrein om de rest van het eskadron op te wachten. Bij het innemen van een goede opstelling lopen de tanks van Romeo en ander vast in de modder. De pelotonscommandant probeert zijn tank zo op te stellen dat hij dekkingsvuur kan geven aan de twee vastgelopen Shermans, waarvan de bemanning de luiken sluit vanwege de granaten die rondom ontploffen.

Er wordt hard gevochten om Moerstraten, tanks beschieten antitank- kanonnen en de infanterie is in gevecht met Duitse parachutisten.
Romeo schakelt een antitankkanon uit, maar scherven van de laatste Duitse granaat doorzeven de gereedschapsbak van zijn tank.
Als het stof neerdaalt, trekken de Duitsers terug. Maar zij weten een antitank-kanon zo te verplaatsen dat ze de twee vastgelopen tanks onder vuur kunnen nemen. Beide tanks worden uitgeschakeld. Romeo en drie anderen sneuvelen, twee Guardsmen raken ernstig gewond. Romeo is dan 24 jaar.

De 4 gesneuvelden krijgen een tijdelijk graf bij Moerstraten. In augustus 1945 wordt op deze plaats het eerste oorlogsmonument in Nederland geplaatst. Op 25 april volgt een herbegrafenis in Bergen op Zoom.

 

Albert J. Cote

Albert Joseph is op 12 juli 1920 geboren in het Rooms-katholieke gezin van Augustin en Flora Cote uit North Bay, Ontario. Albert is de op één na jongste van de kinderen. Als Albert zich in juli 1940 aanmeldt voor het leger, is zijn vader al overleden. Het gezin heeft in de jaren ervoor al veel meegemaakt: naast het voortijdig sterven van de vader zijn zes van de tien kinderen op jonge leeftijd overleden. Zijn jongere broer Ernest, die nog thuis woont en twee zusters leven nog. Albert maakt drie jaar Highschool af en gaat daarna aan het werk als klerk bij een grote drogisterij in North Bay.

Op 27 juli 1940 neemt hij dienst en wordt ingedeeld bij het Algonquin Regiment. Albert Cote ondergaat zijn militaire training in Canada tot juni 1943. Hij is sportief, rookt en drinkt gemiddeld en is niet erg ambitieus volgens zijn “personal selection record”. Op 10 juni 1943 gaat hij scheep naar het Verenigd Koninkrijk voor verdere militaire opleiding. Ruim een jaar later, op 20 juli 1944, landt hij in Frankrijk om aan het front te worden ingezet. Hij maakt de opmars door Noord-Frankrijk en België mee.

Na de bevrijding van Antwerpen trekt het regiment op richting de Scheldemonding. De strijd om het Leopoldkanaal in het noordwesten van Vlaanderen is heftig. Bij een gevechtsactie in de buurt van Moerkerke in België op 14 september wordt het Algonquin Regiment gedwongen zich uit een bedreigd bruggenhoofd over het Leopoldkanaal terug te trekken. Albert meldt zich vrijwillig aan om bij de zwaargewonden, die niet vervoerd kunnen worden, achter te blijven. Terwijl hij één van de gewonden verzorgt slaat een granaat in zijn hulppost in. Hij wordt geraakt door de scherven, raakt daarbij zwaargewond en wordt door de vijand gevangengenomen. Het Canadese leger geeft hem als vermist op.

De Duitsers brengen Albert over naar het krijgsgevangenkamp in Fallingbostel bij Bremen, waar hij drie weken later op 5 oktober 1944 op 24-jarige leeftijd in het lazaret Oerbke aan zijn verwondingen overlijdt.
Albert Joseph Cote wordt daar tijdelijk begraven, vervolgens herbegraven in Soltau en vindt uiteindelijk in maart 1948 zijn definitieve rustplaats op de Canadese begraafplaats in Holten.

74 jaar vrede en vrijheid, de gewoonste zaak van de wereld, vinden wij. We zien en horen in het nieuws wel dat in andere landen oorlogen woeden, maar de ellende is ver van ons bed en daar blijft het vaak bij. Bijdragen aan missies om daar een eind aan te maken zijn in Nederland op z’n zachtst gezegd niet populair.

Toch moeten we als rijk, welvarend en vredelievend land onze verantwoordelijkheid nemen, doen wat in onze grondwet staat: herstellen en bevorderen van de internationale rechtsorde. In internationaal verband moeten wij onze militairen dus blijven inzetten om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden op een menswaardig bestaan. Canada en Nederland hebben daar in het verleden een aanzienlijke bijdrage aan geleverd, en moeten dat ook in de toekomst blijven doen.

Het is belangrijk dat leerlingen van verschillende scholen hier vandaag bij betrokken zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij het hoogste offer van militairen voor vrede en vrijheid wordt herdacht. Vrede en vrijheid zijn niet vanzelfsprekend, vrede en vrijheid zijn werkwoorden, hier en in landen waar dat niet het geval is. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

Wij denken met groot respect aan de Canadezen die voor onze vrijheid hun leven gaven. 5714 van hen zijn begraven of worden herdacht in Nederland. Daarom zet Canadian War Graves Nederland, een samenwerkingsverband tussen Holten, Groesbeek en Bergen op Zoom, zich in om de persoonlijke verhalen van gesneuvelde Canadezen te achterhalen. Die ‘Faces to Graves’ worden als digitaal monument toegankelijk voor een breed publiek. Wij zijn ze dus niet vergeten en ‘We will remember them’.