Vandaag is het een bijzondere Remembrance Day: op het uur nauwkeurig is het honderd jaar geleden dat de wapenstilstand inging en de Eerste Wereldoorlog eindigde. Sindsdien is dit de dag waarop in Angelsaksische landen slachtoffers van oorlogen en vredesmissies worden herdacht.

Voor de bevrijding van ons land, nu 73 jaar geleden, hebben bijna 7000 Canadese militairen het leven gelaten. 5.714 van hen worden in ons land herdacht. Maar verliescijfers op zich zeggen niet zoveel. Daarom vertel ik u het verhaal van twee gesneuvelde Canadese soldaten, zodat verliezen geen abstract getal blijven, maar herinneringen oproepen aan mensen van vlees en bloed.

Waarom staan stil wij bij deze Canadezen die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen voor onze vrijheid? Waren het helden? Dat blijkt niet uit hun staat van dienst. Maar zij maakten wel een bewuste keus, namen dienst om een eind te maken aan een oorlog die Europa meer dan vijf jaar zou teisteren. Zij aanvaardden de consequenties van hun keus en deden hun plicht.

Fidelis van Acker wordt geboren op 20 juni 1909 in Beveren, België. Hij is de oudste van zes kinderen, met twee broers en drie zussen. Alle drie de jongens zullen later in het Canadese leger dienen.
Fidelis brengt de eerste zestien jaar van zijn leven door in België. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog komt er van onderwijs weinig terecht. Desondanks kan hij goed lezen en schrijven in zowel het Engels als het Vlaams.

In mei 1926 emigreert het gezin naar Canada en vestigt zich in de buurt van Delhi, zuidwest Ontario. De ouders van Fidelis kopen een boerderij en verbouwen tabak. Fidelis werkt op de boerderij en voor andere boeren in de buurt. Hij rijdt vrachtwagens en tractoren en werkt met paarden en muilezels. Sportief als hij is houdt hij van honkbal en zwemmen.

Op 19 november 1932 trouwt hij met Velma. Ze krijgen twee dochters. Tijdens de depressie werkt hij ‘s winters voor een tabaksfabriek. In 1934 sterft zijn vader Edouard.

In 1940 is de depressie voorbij en Fidelis gaat aan het werk voor de Canadian Car & Foundry Company in Brantford.

Op 20 november 1942 meldt Fidelis zich aan bij het Canadian Armoured Corps in Hamilton. Na zijn basistraining in Newmarket en komt hij via North Bay in juni 1943 in Camp Borden aan voor een rijopleiding op diverse voertuigen.

Fidelis arriveert op 1 december 1943 in het Verenigd Koninkrijk, wordt geplaatst bij de Canadian Armoured Corps Reinforcement Unit en blijft daar tot de zomer van 1944.
Eind juli komt het ontstellende bericht dat zijn broer Edmond is gesneuveld, een paar dagen nadat hij in Frankrijk was geland.

Intussen zijn de verliezen in de infanterie-eenheden opgelopen en die moeten worden aangevuld. Daarom wordt Fidelis in september 1944 overgeplaatst naar de infanterie. Een maand later komt hij in zijn geboorteland België aan en wordt geplaatst bij het North Shore (NB) Regiment.

Het regiment vecht in de omgeving van IJzendijke in de slag om de Schelde. De Duitsers moeten worden verdreven uit Zeeland om Antwerpen als haven te kunnen gaan gebruiken voor de geallieerde logistieke ondersteuning. Na gevechten van een maand in regen, kou, modder en overstroomd terrein kan de Schelde worden bevaren ten koste van meer dan 3200 geallieerde slachtoffers.
Op 31 oktober wordt Fidelis bevorderd tot soldaat 1e klas.

Na de hevige verliezen in de slag om de Schelde krijgen de Canadezen tijdelijk een defensieve rol in Nederland om zich vervolgens voor te bereiden op de invasie van Duitsland.

Op 11 november verlaat de Canadese 3e Infanteriedivisie het verzamelgebied bij Gent, België, passeert Antwerpen, steekt de grens naar Nederland over en verplaatst in twee dagen en nachten naar de omgeving van Nijmegen met de North Shore in Overasselt, Berg en Dal en Wyler.
Het is koud, nat en het sneeuwt regelmatig.
Op 14 december verhuist het regiment ongeveer 10 km naar het zuidoosten naar Groesbeek. Zowel de Duitsers als de Canadezen sturen patrouilles uit om inlichtingen te verzamelen over opstellingen, versterkte punten, mijnenvelden, terreinomstandigheden en om gevangenen te maken voor ondervraging. Dat leidt tot een regelmatige uitwisseling van artillerievuur en vuurgevechten met handvuurwapens.

Op 19 december, een koude en mistige dag, plaatsen de Duitsers met een Panzerfaust een toevalstreffer en maken drie slachtoffers. Fidelis Van Acker raakt gewond en sterft als gevolg daarvan op 27 december.

Fidelis ouders hadden België in 1926 verlaten om de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog achter zich te laten en zich te onttrekken aan de politieke spanningen die daarop volgden. Canada leek een veilige haven, maar nu achttien jaar later, zijn twee van hun drie zonen gedood op de slagvelden van Noordwest-Europa. Fidelis van Acker is begraven op de Canadese oorlogsbegraafplaats Bergen-op-Zoom. 

Stanley J. Cheney wordt geboren op 11 juli 1922 in Sheffield, Engeland als tweede zoon van Lena en Joe Cheney. Joe emigreert naar Canada in de vroege jaren ’20 en vindt werk bij een melkveehouderij dichtbij Chesterville in Ontario. Lena zou met hun drie jongens uit Liverpool vertrekken, helaas, hun jongste zoon, een baby nog, sterft aan longontsteking. Lena en de twee oudere jongens Ted en Stanley komen in 1924 aan in Canada.

Een jaar later wordt een zusje, Grace, geboren en nog later een tweeling en een andere broer. De twee broers groeien op de boerderij op en leren zo het werk op het landbouwbedrijf. Stanley en Ted zijn een hartstochtelijke fans van het Toronto Maple Leaf hockeyteam. Eens winnen ze een prijs voor een weekend naar Toronto met kaartjes voor een wedstrijd van hun favoriete team. Het wordt het hoogtepunt van hun jeugd!

Als in 1939 de oorlog wordt verklaard, meldt vader Joe, een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, zich aan bij het Canadese Leger en wordt tijdens de oorlog in Ottawa geplaatst. Spoedig daarna nemen Stanley en Ted dienst bij de Royal Canadian Engineers. Zij volgen hun opleiding in Kamp Petawawa om vervolgens naar Europa te worden uitgezonden.

Nadat Stanley gediend heeft in Sicilië, strijd geleverd heeft in Italië en de opmars door Frankrijk, België en Nederland heeft meegemaakt, krijgt hij in april 1945 verlof voor een verblijf in Engeland. Daar zoekt hij zijn zus Grace op, een Canadese oorlogsbruid. Haar echtgenoot, een RAF-piloot, is boven het IJsselmeer gesneuveld. Zij woont bij een tante in Liverpool. Stanley neemt Grace mee terug naar Londen waar zij erg emotioneel afscheid nemen. Stanley heeft genoeg van de oorlog en wil eigenlijk liever naar Canada terugkeren dan teruggaan naar Nederland. Maar de plicht roept.

Op 16 april wordt Groningen veroverd op de Duitsers. Op 2 mei rijden Stanley en een aantal andere vrachtwagenchauffeurs in de buurt van de stad om Royal Canadian Engineers op te halen die aan het herstel van bruggen werken. Zij stappen uit hun vrachtwagens om hun passagiers te laten instappen als één van genisten op een landmijn stapt. Die explodeert en zes omstanders worden gedood, waaronder Stanley. Ted Cheney heeft de afschuwelijke taak om zijn broer te moeten identificeren.

Begin mei 1945 in Canada, na een kerkdienst om het einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren, ruimt sergeant Joseph Cheney, de vader van Stanley en Ted, de kapel op. De aalmoezenier tikt hem op de schouder, laat hem weten dat zijn vrouw heeft gebeld en dat hij thuis dringend nodig is. De aalmoezenier brengt hem in de auto naar huis maakt hem onderweg duidelijk dat zijn vrouw heeft verteld dat hun zoon Stanley op 2 mei is gesneuveld. Pas twee weken later ontvangt Grace dit verschrikkelijke nieuws in Londen per brief van haar vader.

Stanley is begraven op het oorlogskerkhof in Holten.

73 jaar vrede en vrijheid, de gewoonste zaak van de wereld, vinden wij. We zien en horen in het nieuws wel dat in andere landen oorlogen woeden, maar de ellende is ver van ons bed en daar blijft het vaak bij. Missies om daar een eind aan te maken zijn in Nederland op z’n zachtst gezegd niet populair.

Toch moeten we als rijk, welvarend en vredelievend land onze verantwoordelijkheid nemen, doen wat in onze grondwet staat: herstellen en bevorderen van de internationale rechtsorde. In internationaal verband moeten wij onze militairen dus blijven inzetten om oorlogen te helpen beëindigen en de plaatselijke bevolking kansen te bieden op een normaal leven. Canada en Nederland hebben in het verleden een aanzienlijke bijdrage aan vredesmissies geleverd, en moeten dat ook in de toekomst blijven doen.

Het is belangrijk dat leerlingen van verschillende scholen hier vandaag bij betrokken zijn. Jullie maken een plechtigheid mee waarbij het hoogste offer van militairen voor vrede en vrijheid wordt herdacht. Vrede en vrijheid zijn niet vanzelfsprekend, vrede en vrijheid zijn werkwoorden, hier en in landen waar dat niet het geval is. In het klein begint vrijheid bij jezelf, door andere mensen de ruimte te geven om op hun manier in hun vrijheid te kunnen leven.

 

Wij denken met groot respect aan de Canadezen die voor onze vrijheid hun leven gaven. Daarom zet Canadian War Graves Nederland, een samenwerkingsverband tussen Holten, Groesbeek en Bergen op Zoom, zich in om de persoonlijke verhalen van gesneuvelde Canadezen te achterhalen. Die ‘Faces to Graves’ worden als digitaal monument toegankelijk voor een breed publiek. Wij zijn ze dus niet vergeten en ‘We will remember them’.