HUZAAR WIM RATTINK

Over Wim Rattink was tot voor kort weinig bekend. Pas een half jaar geleden verscheen er een boekje met zijn levensgeschiedenis. Het is geschreven door zijn neef, Willem Bierman, die zijn oom nooit heeft gekend, maar die zijn nagedachtenis in ere wil houden.

Wim wordt geboren op 4 januari 1919. Zijn ouders hebben een kruidenierswinkeltje aan de Talingweg in Apeldoorn-Zuid. Hij heeft een ouder zusje, Jo. Met haar heeft hij zijn hele leven een heel goede verhouding.
In 1920 verhuist het gezin naar de Julianalaan, naar een iets groter kruidenierswinkeltje. Van de jonge jaren van Wim weten we weinig: hij gaat naar de lagere school, hij voetbalt, heeft veel vrienden en belangstelling voor techniek.
Na de lagere school gaat hij in 1932 naar de Ambachtschool, eerst een jaar dagonderwijs, daarna avondonderwijs, omdat hij overdag als leerling-loodgieter bij een baas werkt. In maart 1937 slaagt hij voor zijn examen. Inmiddels heeft hij ook een vriendin.
Dit is in een notendop het levensverhaal van Wim tot zijn twintigste: een gewone jongen.

In oktober 1939 wordt hij opgeroepen voor militaire dienst. Hij ziet er niet tegenop, misschien omdat hij wordt ingedeeld bij de huzaren-motorrijders: een stoer legeronderdeel.
Het is dan al oorlog, niet in Nederland, maar in Polen, waar op 1 september 1939 het Duitse leger is binnengevallen. Uit de brieven van Wim blijkt echter niet dat er op de legeringskamer wordt gepraat over oorlogsdreiging.
In de brief die Wim op 22 oktober 1939 aan zijn zus Jo schrijft, lezen we:
Nou Jo je hoeft je over mij ook niet ongerust te maken, want ik heb het hier best naar mijn zin […] Verder is het hier best wat eten en drinken betreft. Alle dagen wat anders. […] ‘s Zaterdags avonds ga ik wel eens naar de bios… Een onbezorgde, gewone huzaar.
Latere briefkaarten gaan wel over overplaatsingen, verlofregelingen en oefeningen, maar het woord oorlog komt er niet in voor, zelfs niet in de laatste briefkaart die hij op 5 mei 1940 verstuurt om te vertellen dat hij gelegerd is in Wassenaar.

Op 10 mei mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen, met grondtroepen langs de grens en met luchtlandingstroepen bij Den Haag. Ze willen de regeringsstad veroveren en de koningin gevangen nemen. Om dat te voorkomen heeft de legerleiding rondom Den Haag een stevige verdediging ingericht, o.a. met het 1e Regiment Huzaren-motorrijders, waarvan Wim deel uitmaakt. Aan die verdediging ontbreekt het nodige: het regiment is niet compleet; ook heeft het te weinig ervaren officieren en onderofficieren. Bovendien zijn er wapens tekort, en nog erger bijna geen communicatiemiddelen.

‘s Nachts om drie uur is er geronk van veel vliegtuigen boven Wassenaar. Luchtafweergeschut. Er landen Duitse parachutisten. De motorrijders van de huzaren krijgen een verkenningsopdracht. Die loopt uit op een vuurgevecht met de Duitse para’s. Er vallen veel gewonden en doden aan Nederlandse kant. Eén van de gesneuvelden is Wim Rattink.

Zijn luitenant schrijft later een brief aan Wims ouders: … Uw zoon heb ik vrijdagmorgens om 8 uur in het water aangetroffen met een schot boven in zijn lichaam. Ik moest hem achterlaten nadat ik hem op de kant heb geholpen. Tegen mij heeft hij niets anders gezegd dan dat hij raak geschoten was…
Na vijf dagen capituleert het Nederlandse leger.
Wim is overleden op de plek waar hij gevonden is, een slootkant in het gehucht Maaldrift, bij Wassenaar. Hij is niet meer naar een ziekenhuis vervoerd.
Eerst is hij in Rijnsburg begraven en later in mei herbegraven in Apeldoorn, op de begraafplaats aan de Soerenseweg.

Wim Rattink was geen held. Maar het is ook waar wat Prinses Wilhelmina na de oorlog aan zijn ouders schreef: hij was wél iemand … die in de strijd voor het behoud van ons Vaderland op 10 mei 1940 … het leven liet.
Hij koos niet zelf voor het risico, maar was gewoon op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.