Private Wagner
Private Wagner, Bruce Howard dient als derde zoon uit hetzelfde gezin bij een Canadees infanterieregiment. Bij de gevechten in Frankrijk komen zijn oudere broers Harry en Ivan om het leven. Hun moeder Nora krijgt als aandenken aan persoonlijk verlies en opoffering van Canadese moeder die een kind in de oorlog verliezen driemaal Silver Cross et ter nagedachtenis aan haar zonen Harry, Ivan en Howard.
Argyll and Sutherland Highlanders of Canada (Princess Louise's)
Royal Canadian Infantry Corps B/108670
Howard Wagner wordt op 16 augustus 1924 geboren in Teeterville als kind van Nora en Bruce Wagner. Hij is één van de jongere kinderen. Broer Harry is tien jaar ouder, Ivan zeven jaar ouder en Arthur is twee jaar eerder geboren. Zijn zus Mary Louise is de oudste zus en zus Nora Viola is vier jaar ouder. Na zijn schooltijd gaat hij op 15-jarige leeftijd de kost verdienen. Bij het uitbreken van de oorlog werkt hij als monteur bij de Cockshutt Plough Company in Brantford. De oproep van het Leger maakt grote indruk op de jongeman. Zijn twee oudere broers naar wie hij opkijkt zijn in dienst gegaan en dienen bij het Royal Regiment of Canada.
Eind 1943 - op 19-jarige leeftijd - meldt hij zich aan voor actieve dienst bij het rekruteringsbureau in Simcoe. Zijn voorkeur is plaatsing bij een infanterieregiment. In februari 1944 wordt hij geplaatst in Camp Ipperwash en als in het verloop van de oorlog alles wijst op een komende invasie van Frankrijk in dat jaar, komt de oorlog voor Howard snel dichterbij. Hij gaat op 26 april 1944 overzee.
In Engeland worden miljoenen mannen en materieel verzameld voor de invasie. Het is twijfelachtig of hij de kans heeft gezien om zijn broers te ontmoeten. Op 6 juni begint de invasie van Frankrijk.
Zijn broers Harry en Ivan - met het Royal Regiment of Canada - landen op 7 juli in Frankrijk, als onderdeel van de 4th Infantry Brigade van de 2nd Canadian Infantry Division. Ivan sneuvelt in de strijd op 18 juli. Het is onwaarschijnlijk dat Bruce op dat moment van de dood van zijn broer heeft kunnen weten.
Howard wordt overgeplaatst naar de Argyll and Sutherland Highlanders of Canada die op 23 juli met de 2nd Canadian Division in Frankrijk landen. Op 1 augustus bevinden de Argylls zich in het Franse dorp Bourquebus en bevindt Howard's broer Harry - in het Royal Regiment of Canada – zich in een positie acht kilometer ten westen van hen. Het oorlogsdagboek van de Argylls vermeldt over die dag: ‘Tijdens de nacht marcheerden de troepen naar Bourguebus om het Lincoln and Welland Regiment af te lossen, dat de voorgaande nacht verliezen had geleden bij een aanval. Die opdracht was bijzonder moeilijk, vooral voor troepen die maar weinig gevechtservaring hadden opgedaan. De dichtstbijzijnde vijandelijke positie, die hardnekkig werd verdedigd, was in Tilly-La-Campagne, maar 650 meter verwijderd was van de voorste compagnieën. Het terrein tussen ons en de vijand was vlak, open en bood weinig dekking. De overname verliep zonder incidenten, maar na een paar minuten begonnen 88 mm kanonnen en "Moaning Minnies" het gebied hevig te beschieten’.
Op 12 augustus komt broer Harry om in de strijd, vijfentwintig kilometer ten zuidoosten van The Argylls. Bruce en de Argylls zijn op die noodlottige dag in het zogenaamde "rustgebied” bij Cauvicourt. Het gebied ligt nog steeds binnen bereik van vijandelijke artillerie en herinnert aan de laatste grote aanval door de achtergelaten lichamen van gedode Duitsers. Toch krijgen de mannen de kans om een bad te nemen, schoon ondergoed aan te doen, en wordt er een film vertoond in een schuur die zorgvuldig is uitgekozen met het oog op bescherming tegen granaatvuur.
De legerbureaucratie slaagt er niet in de dood van Harry en Ivan te signaleren en in verband te brengen met hun broer Howard, die in de frontlinies blijft dienen. “Saving private Ryan’ was in de Canadese strijdkrachten kennelijk nog geen standaardprocedure. Ondanks de dood van zijn twee broers, schrijft Howard in augustus een opgewekte brief waarin hij zegt dat hij een paar jongens van thuis is tegengekomen.
Hij schrijft dat de Fransen die hij heeft ontmoet blij zijn de Canadezen te zien en voegt eraan toe: "Ze omhelzen en kussen je en geven je veel te drinken." Ondertussen grapt hij dat hij een soort expert is geworden in het graven van holen, omdat hij, zoals de meeste infanteristen, altijd aan het ingraven is, waar ze ook naar zijn.
Eind 1944 zetten de Duitsers hun Ardennenoffensief in dat kan leiden tot een doorbraak ergens aan het front van het Amerikaanse 1st Army. De Duitse generaal Kurt Student, gesitueerd tegenover de Canadezen, is van plan om in dat geval een eigen offensief te beginnen en op te rukken zodra de Duitse troepen in de Ardennen de rivier de Maas hebben bereikt.
De Maas blijkt een moeilijk obstakel te zijn om over te steken, en een waarschijnlijke oversteekplaats voor hen is bij het Kapelsche Veer. Het eiland is een kleine Duitse buitenpost aan de rivier, op slechts 18 kilometer van Tilburg. Tegen het einde van december zijn de vooruitzichten van een Duits offensief tegen het 1e Canadese leger afgenomen. De buitenpost bij Kapelsche Veer wordt als lastig beschouwd in het licht van de verzwakte toestand van de Poolse Pantserdivisie die in dat deel van het front is gestationeerd. Een aanval op 30 december 1944 door de infanterie van de Poolse Pantserdivisie boekt weinig vooruitgang en kost 46 slachtoffers in ruil voor een handvol Duitse gevangenen van Parachute Division 6. Een nieuwe aanval een week later (Operatie MOUSE) zorgt voor een tijdelijke inname van het havengebied, maar tegenaanvallen drijven de Polen terug met 120 slachtoffers. Op 30 januari is het regiment nog steeds in gevecht met de Duitsers bij Kapelsche Veer. Hun oorlogsdagboek vermeldt: Tijdens de nacht waren er nog twee vijandelijke pogingen om het bruggenhoofd te versterken, die met succes werden verhinderd door artillerie- en mortiervuur. De derde aanval van de "C"-compagnie zou bij het eerste licht worden uitgevoerd. Het plan was dat de tanks "Raspberry" zouden aanvallen met mitrailleurvuur terwijl de infanterie naar binnen ging. De eerste poging mislukte en de tanks moesten zich terugtrekken om een nieuwe voorraad munitie aan te leggen. Om 11.00 uur werd de aanval een tweede keer geprobeerd. Tegen die tijd was de vijand zich terug aan het trekken uit "Raspberry" en vestigde een MG Post een paar honderd meter verder op de dijk. Het voorste peloton van de "C" 3 compagnie werd opnieuw vlak voor het huis gestopt door nauwkeurig mitrailleurvuur, wat slachtoffers onder onze mannen veroorzaakte. Een van de SAR-tanks ging vervolgens recht op "Raspberry" af, ondanks het feit dat de commandant van de tank NIET verwachtte dat hij zijn tank er weer vanaf zou kunnen krijgen. Vanaf "Raspberry" schakelde de tank de Duitse machinegeweerpost uit, waardoor onze brancarddragers naar binnen konden om de gewonden van het voorste peloton, die tot dan toe niet geholpen konden worden, te evacueren.
Op 31 januari wordt de taak van het ontruimen van het eiland opgedragen aan de 4th Canadian Armoured Division. Het strijdplan roept op tot het gebruik van elk stuk artillerie dat men kan vinden, met een ongelooflijke 14.000 schoten op Kapelsche Veer. Toch is er een infanterieaanval nodig om het eindelijk schoon te vegen. Bij die aanval worden soldaten van het Lincoln and Welland Regiment, de Argylls en enkele tanks van het South Alberta Regiment ingezet. De Lincolns en Argylls dragen witte sneeuw pakken en peddelen in kano's om het water over te steken. Soldaat Bruce Howard Wagner sneuvelt op de laatste dag van de strijd. Hij wordt tijdelijk begraven op de Rooms-Katholieke Begraafplaats Groenendaal te 's-Hertogenbosch.
Hij wordt later herbegraven op de Canadese Oorlogsbegraafplaats bij Groesbeek, Nederland, graf XVI. C. 3. De tekst op zijn grafsteen luidt: MY SON. “LET THE PEOPLE PRAISE THEE. O GOD: LET ALL THE PEOPLE PRAISE THEE”
rant Smith Bruce Howard Wagner heeft de volgende onderscheidingen ontvangen: - 1939-45 Star - France & Germany Star - War Medal 1939-45 - Canadian Volunteer Service Medal with clasp He wordt herdacht op Pag. 573 van het Second World War Book of Remembrance.
Levensverhaal: Grant Smith, Norfolk Remembers voor Faces to Graves. 5
Het Teeterville Royal Canadian Legion is vernoemd naar de drie Wagner broers. The Wagner Brothers van Teeterville
Het Memorial Cross, ook wel het Silver Cross genoemd, wordt op 1 december 1919 voor het eerst goedgekeurd als aandenken aan persoonlijk verlies en opoffering van de kant van weduwen en moeders van Canadese zeelieden, vliegeniers en soldaten die stierven voor hun land tijdens de oorlog. Het wordt uitgereikt aan elke Canadese moeder die een kind verloor in de oorlog. Het emotionele gewicht van het dragen van die ene medaille moet ongelooflijk moeilijk zijn geweest. Sommige moeders uit Norfolk hebben echter het gewicht van twee Zilveren Kruisen doorstaan ter nagedachtenis aan twee zonen die in de oorlog zijn gesneuveld: Stanley en Percie Anderson, Rockford Road: zonen Lloyd en Allan Leonard en Laura Herron, Rockford Road: zonen Allan en Ray Aquilla en Florence Kapper van Simcoe: zonen Wesley en Arthur Edward en Philomena Van Acker, Delhi: zonen Edward en Fedlis Leigh en May Shaw, Townsend: zonen George en Ernest.
En één moeder - Nora Wagner uit Teeterville - droeg drie ‘Silver Crosses’ ter nagedachtenis aan haar zonen Harry, Ivan en Howard.
De nationale ‘Silver Cross’ moeder wordt jaarlijks door het Royal Canadian Legion gekozen om de moeders van Canada te vertegenwoordigen tijdens de Nationale Herdenkingsdagceremonie in Ottawa op 11 november. Als de Silver Cross moeder zal zij een krans leggen aan het voetstuk van het National War Memorial namens alle moeders die kinderen hebben verloren tijdens hun militaire dienst voor hun land.
Nora Wagner was de Silver Cross moeder van 1965. Ze was een ‘Nation’s Reminder’ dat er voor elke dode een moeder, vader, broer of zus is die de diepe pijn draagt van het verlies van een zoon, dochter of vader in de oorlog. Ze deelde de last met haar man, haar zoon Jack en haar dochters Mary en Nora.




